Moderne politiek 1

Tot aan de Tweede Wereldoorlog toonde Australië weinig belangstelling voor internationale politiek. Ook het opbouwen van een defensie-apparaat had geen prioriteit.

Dat veranderde toen tijdens de Tweede Wereldoorlog de Japanners oprukten. Met name de val van Singapore schudde Australië wakker. Het land vroeg de Verenigde Staten om hulp.

Na de oorlog bleef het land zich aanvankelijk oriënteren op de VS en Groot-Brittannië. Geleidelijk kwam daar verandering in. Australië speelde steeds vaker een zelfstandige rol, vooral in de regio (Zuidoost-Azië en de eilanden in de Grote Oceaan).

Zo had Australië het mandaat gekregen over voormalig Duits Nieuw-Guinea, maar werd al snel het proces begonnen om het gebied naar onafhankelijkheid te leiden. In 1975 was de nieuwe staat een feit onder de naam Papoea Nieuw-Guinea.

Intussen voerde Australië een energiek immigratiebeleid. De economie groeide sterk en er waren werknemers nodig om die groei vast te houden. Uit heel Europa emigreerden mensen naar Australië. Alleen al uit Nederland vertrokken tussen 1947 en 1961 ongeveer 120.000 mensen naar het nieuwe land.

Niet-Europeanen waren aanvankelijk niet welkom. Halverwege de 19de eeuw was de White Australia Policy ingesteld. Het land werd toen overspoeld door Chinezen op zoek naar goud en de nazaten van Britse en Ierse kolonisten waren daar niet van gediend. Er werd een wet ingevoerd die de immigratie van niet-blanken aan banden legde.

De Japanse expansie tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht daar verandering in: Australië voelde zich nauwer verbonden met zijn Aziatische buren.

Zo bekoelden de relaties met Nederland aanzienlijk, toen de Nederlanders probeerden de onafhankelijkheidsbeweging in Indonesië hardhandig de kop in te drukken.

[Vervolg: Politiek 2]