Moderne politiek 2

[Vervolg van Politiek 1]

De naoorlogse premier Menzies, die Australië leidde van 1949 tot 1966, heeft een grote rol gespeeld bij het versoepelen van de immigratiepolitiek.

Bij het aanbreken van de jaren '70 waren alle raciale bepalingen uit de immigratiewetten geschrapt. Zo heeft Australië veel vluchtelingen opgenomen uit Zuidoost-Azië (Vietnamezen, Cambodjanen). Het land laat nog steeds zo’n 100.000 immigranten per jaar toe.

In de jaren '90 kwam in Australië een debat op gang of het land nog langer de Britse koningin moest aanhouden als staatshoofd, of dat het een republiek moest worden.

De Labor Party was voor een republiek. Uit opiniepeilingen bleek een kleine meerderheid van de Australiërs ook een eigen president te willen.

Toch verloor Labor de verkiezingen van 1996, onder meer doordat de grootste oppositiepartijen een gezamenlijk front vormden.

De nieuwe coalitieregering organiseerde in 1999 een referendum over de kwestie of het land een republiek moest worden. De Australiërs stemden voor het behoud van de monarchie. Niet omdat ze zo koningsgezind zijn, maar omdat ze niets zagen in het voorstel dat het parlement de president zou kiezen. “Een president willen we wel zelf kunnen kiezen”, zo luidde het commentaar van veel stemmers.

De liberale coalitieleider John Howard heeft het beleid om nauwere banden aan te halen met de Aziatische buren voortgezet. Tegelijkertijd verbeterde hij ook de relatie met de Verenigde Staten. Zo is Australië een trouwe bondgenoot van de Amerikanen in Irak. Deze steun aan de VS wordt lang niet door alle Australiërs gedragen.

Aanvankelijk reageerde Howard verontwaardigd op een VN-rapport waarin de behandeling van Aboriginals werd veroordeeld. Later bleek hij toch bereid een verzoeningsproces op gang te brengen en de status en rechten van de Aboriginals in een verdrag vast te leggen.

Frits Mulder, Taal en tekst.