Citroën

Comfort, innovatie en design zijn sinds het allereerste begin de traditionele waarden van Citroën, het Franse merk met een Nederlands tintje. De producent van de Lelijke Eend en de superverende DS heeft na zware tijden inmiddels de weg naar boven weer gevonden.

Van tandwiel tot citroentje

Een Nederlandse diamanthandelaar, wiens vader de achternaam Limoenman heeft ingeruild voor Citroen, emigreert in de 19de eeuw naar Frankrijk. Daar verbastert de naam verder tot Citroën. Zijn in 1878 geboren zoon André stort zich in eerste instantie op het produceren van tandwielen met een V-vormig loopvlak. Na tijdens de Eerste Wereldoorlog goede zaken te hebben gedaan als munitiefabrikant, richt hij zijn aandacht op de auto.

Citroën, waarvan het befaamde dubbele "V"-logo verwijst naar André’s tandwieltijd, is de eerste Europese autofabrikant die een lopende band gebruikt. Vanaf 1919 komt daar de zuinige en goedkope "A" vanaf rollen, die twee jaar later wordt opgevolgd door de B2. Het knalgele "citroentje", de vooral onder vrouwen erg populaire 5 CV, verschijnt in 1922 op de markt. Later volgen onder meer de B12, een van de eerste auto’s met remmen op alle wielen, en de 8 CV. Deze verwerft als Petite Rosalie faam met diverse betrouwbaarheidsrecords.

Een lelijk succesnummer

In 1934 volgt de introductie van de Traction Avant, de eerste in serie geproduceerde wagen met voorwielaandrijving. Het is ook de periode waarin Michelin het bedrijf overneemt, de inmiddels straatarme oprichter André overlijdt, en begonnen wordt met de ontwikkeling van een auto die na de Tweede Wereldoorlog furore zal maken.

Het is de 2 CV, die simpelheid en zuinigheid koppelt aan een voor die tijd opvallend comfort. De soepele vering is erop gemaakt dat je zelfs over de meest hobbelige landweggetjes kunt rijden met eieren op de achterbank.

Citroën 2CV

De "Lelijke Eend" zal het meer dan vier decennia volhouden, tot 1990. In die periode ziet het vele revolutionaire Citroën-modellen aan zich voorbijtrekken.

Zoals de DS bijvoorbeeld, een naam die je in het Frans uitspreekt als "déesse" oftewel "godin". Deze gestroomlijnde godin van de weg valt op door lichte materialen en vele innovaties, maar vooral door het hydropneumatische veersysteem. Deze comfortabele supervering wordt in 1970 in het middenklasse-segment geïntroduceerd met de GS.

Ondergang en opleving

Dit alles kan niet voorkomen dat het bedrijf in 1974 ten onder gaat. De Franse regering laat het bedrijf fuseren met Peugeot, maar het merk Citroën wordt gewoon voortgezet. De Visa is een van de eerste spruiten van de fusie.

Later volgen onder meer modellen als de BX, Xantia, Saxo, ZX en de Xsara. Met de huidige C-modellen grijpt het bedrijf, dat ook diverse bestelwagens op de markt brengt, qua naamgeving terug op haar beginperiode. Voor de rest is er gelukkig weinig ouderwets aan de auto’s.