Koppeling en versnellingsbak
Het draaien van de motor moet "vertaald" worden naar het draaien van de wielen. Daar zorgen de koppeling en versnellingsbak voor. Gezien hun werking zouden "ontkoppeling" en "vertragingsbak" eigenlijk betere benamingen zijn.
Stilstaan met draaiende motor
Als je met je auto voor een stoplicht staat te wachten, laat je normaal gesproken de motor draaien. En toch gaat je auto – gelukkig maar! - geen meter vooruit. Dit komt doordat je het koppelingspedaal hebt ingedrukt (tenzij je in een automaat rijdt natuurlijk; dan gaat alles "vanzelf"). Zo verbreek je de koppeling tussen de draaiende as van de motor en de wielen.
Behalve dat de koppeling er dus voor zorgt dat een motor kan draaien zonder dat de auto rijdt, zorgt hij er ook voor dat je auto niet direct in een schok optrekt als het licht op groen springt en je de koppelingspedaal weer op laat komen. Als het hoge toerental van de motor namelijk in één keer op de wielen zou worden overgebracht, zou dit zowel slecht zijn voor je auto als je eigen veiligheid.
De koppeling werkt door middel van wrijving en bevindt zich tussen de motor en de versnellingsbak. Het systeem bestaat simpel gezegd uit een aantal platen die met behulp van veren stevig tegen elkaar of tegen het vliegwiel worden aangedrukt. Druk je de koppeling helemaal in, dan wordt het contact met het vliegwiel verbroken en bestaat er daardoor ook geen contact meer tussen de motor en de wielen.
Assen en tandwielen
Een motor heeft maar een beperkt gebied aan draaisnelheden waar binnen hij goed werkt. Komt het toerental onder het minimum dan slaat de motor af. Komt het toerental boven het maximum, dan raakt de motor beschadigd. De draaisnelheid van de motor wordt dan ook niet één op één via de koppeling aan de wielen doorgegeven.
Om het vermogen van de motor op een efficiënte manier op de wielen over te brengen, wordt gebruik gemaakt van een versnellingsbak. Het is een systeem van assen en tandwielen dat de draaisnelheid van de motor vertraagd doorgeeft aan de wielen. Het toerental van de motor is dus altijd hoger dan de snelheid waarmee de wielen draaien.
In z'n achteruit
Het schakelen met een versnellingsbak is een beetje te vergelijken met het verplaatsen van de ketting van het ene naar het andere tandwieltje, zoals je dat op een fiets doet. Het systeem zit alleen een stuk ingewikkelder in elkaar en bestaat uit drie met elkaar verbonden assen: de primaire as die van de motor komt, de tussenas, en de secundaire as die naar de wielen gaat en waarop de versnellingstandwielen zitten. Deze bedien je met je versnellingspook, die via een zogenoemde schakelarm en schakelmof met de tandwielen is verbonden.

Tandwielen hebben de interessante eigenschap dat ze, als ze in elkaar grijpen, een tegengestelde richting opdraaien. Van dat principe maak je gebruik als je je auto in zijn achteruit zet. Er wordt een tandwiel toegevoegd tussen de tussenas en de secundaire as, die daardoor de andere kant opdraait. En je wielen doen dat dan dus ook!
