Veiligheid
De Fransman Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804) was de uitvinder van het eerste zelfstandig voortbewegende voertuig. In 1771 reed hij met zijn uitvinding tegen een muur op en raakte zo betrokken bij het eerste ongeluk met een motorvoertuig. Omdat Cugnots "auto" moeite had om de gemiddelde wandelaar voor te blijven, viel de schade voor de uitvinder gelukkig mee.
Met de Britse Bridget Driscoll liep het heel wat minder goed af. Zij werd in 1896 bij het oversteken overreden door een auto waarmee in Londen een demonstratieritje werd gegeven. Bridget liet het leven en was daarmee waarschijnlijk het eerste dodelijke slachtoffer bij een auto-ongeluk. Helaas zou ze lang niet de laatste zijn.
Met behulp van diverse veiligheidssystemen is door de jaren heen wel de veiligheid van de automobilist steeds verder vergroot. Dat mag ook wel, want we rijden tegenwoordig heel wat harder dan Cugnot.
Autogordels en airbags
Als je hard op je rem trapt, komt je auto snel tot stilstand. Je lichaam heeft echter de neiging om met dezelfde snelheid voort te blijven bewegen. Daardoor zal het naar voren schieten. Tenzij het natuurlijk tegengehouden wordt door een veiligheidsgordel.

Het lijkt een simpele oplossing, maar toch werd de autogordel pas in de jaren ’50 van de vorige eeuw geïntroduceerd. Oorspronkelijk ging het om een heupgordel. Volvo maakte er de driepuntsgordel van die tegenwoordig wordt gebruikt door iedere automobilist die zijn leven lief is.
Om je nog beter te beschermen bij crashes, is er de airbag. Deze vinding deed in de jaren ’70 zijn intrede in de auto en tegenwoordig zijn de meeste modellen ermee uitgerust. Het is een luchtkussen dat bij harde botsingen razendsnel uit je stuur tevoorschijn komt en zo je naar voren schietende hoofd en nek opvangt. Een airbag geeft je dertig procent meer kans een zware aanrijding te overleven.
Het airbagsysteem werkt met behulp van een sensor die de kracht van de botsing registreert. Als die een bepaalde waarde overschrijdt, wordt er een vonk gestuurd naar een bakje met twee soorten poeders erin. Door de vonk ontbranden de poeders en wordt er stikstofgas gevormd, dat de airbag vervolgens in razend tempo opblaast. Nadat het hoofd is opgevangen en afgeremd, ontsnapt het gas vervolgens weer bijna net zo snel door de kleine gaatjes in de airbag.
Automatisch pompend remmen
Een ander standaard onderdeel van de moderne auto is de rolkooi of veiligheidskooi. Dit is in feite niet meer dan een netwerk van buizen dat ervoor zorgt dat de auto bij een botsing zoveel mogelijk zijn originele vorm behoudt. Rondom de kooi bevinden zich kreukelzones om de eerste klap op te vangen.
Nog beter dan de klappen op te vangen als u ergens tegenaan rijdt, is uiteraard om te voorkómen dat dit überhaupt gebeurt. Een vinding die daaraan bijdraagt, is het antiblokkeersysteem of kortweg ABS. Dit systeem voorkomt dat je wielen blokkeren, bijvoorbeeld doordat je té hard remt of doordat je remt op een glad wegdek.
Een wiel dat niet meer ronddraait, maar alleen maar over het wegdek glijdt, biedt geen enkele grip. Sturen is dan niet meer mogelijk. ABS is een elektronisch systeem dat het remmen kort onderbreekt zodra het wiel begint te slippen. Het is eigenlijk het aloude "pompend remmen", maar dan in een automatisch jasje.
