Geld

Het Bargoens telt verschillende woorden en uitdrukkingen die te maken hebben met geld (en dan met name de gulden: "algemeen erkende" Bargoense termen die betrekking hebben op de euro ben ik nog niet tegengekomen). Hieronder staan de belangrijkste:

1. Nog relatief gangbare uitdrukkingen:
Grijpstuiver Klein bedrag, bijverdienste
Habbekrats Gering bedrag
Mans Geld, opgehaald door straatmuzikanten
Moos Geld (Hebreeuws mo'aut = geld)
Jatmoos, jatmous Handgeld, eerste ontvangsten van de dag
Ping ping Geld
Poen Geld
Prent Bankbiljet
Rut Blut, platzak
Slappe was Papiergeld
 
Bal Gulden
Pegel, pegulant Gulden; ook: geldstuk
Piek, pieterman Gulden
Pop Gulden
 
Geeltje Vijfentwintig gulden
Heitje (ook wel: heiterik) Kwartje (Hfl. 0,25)
Joetje (ook wel: juutje) Tien gulden
Knaak Rijksdaalder (Hfl. 2,50)
Meier Honderd gulden
Mud Honderd gulden
(Rooie) rug Duizend gulden
 
2. Weinig gangbare uitdrukkingen:
Achterwiel Rijksdaalder (Hfl. 2,50)
Bas Stuiver (Hfl. 0,05)
Beessie, beissie Dubbeltje (Hfl. 0,10)
Brief Bankbiljet
Fiets Vijf gulden (cf. "achterwiel")
Groene prent Briefje van duizend gulden
Hondje Dubbeltje (Hfl. 0,10)
Kluiten Geld
Krant Briefje van duizend gulden
Lammetje Daalder (Hfl. 1,50)
Lood Geld
Maffie Kwartje (Hfl. 0,25)
Mesomme, besomme Geld (Hebreeuws mezumou = baar, contant)
Molm Geld
Moppen Geld
Oortjes Geld
Platen Geld
Schelling Hfl. 0,30
Spie Cent
Stoter 12 1/2 cent
Voorwiel Gulden
Witje Dubbeltje (Hfl. 0,10)