Charleroi
Charleroi is de grootste stad van Wallonië. De stad zelf heeft ruim 200.000 inwoners, maar inclusief de voorsteden wonen er in het gebied 650.000 mensen. De stad werd in 1666 vernoemd naar koning Karel II; daarvoor heette de plaats Charnoy. Charleroi heeft een negatief imago als "grauwe industriestad" en ligt ten zuiden van Brussel, aan de rivier de Samber.
De stad ligt midden in het Zwarte Land, zo genoemd naar de vele kolenmijnen die er vroeger waren. Die mijnen zijn allemaal gesloten en daardoor kent deze streek grote problemen: hoge werkloosheid en veel criminaliteit.
Budget-vliegmaatschappij Ryanair heeft het vliegveld van Charleroi als bestemming, maar de meeste passagiers zien niets van de stad en reizen meteen door naar Brussel.

Aan de Place Charles II staat het monumentale stadhuis (Hôtel de Ville) in art-decostijl. Op de twee hoekpilaren staan beeldengroepen, die "het gezin" en "het gemeentebestuur" uitbeelden.
Hier is ook het Museum voor Schone Kunsten ondergebracht. Op de zolder is het Jules Destréemuseum gevestigd, gewijd aan een Waals politicus, die niet alleen streed voor de Waalse zaak, maar ook opkwam voor de belangen van de arbeiders.
Twee beelden, "de Mijnwerker" en "de Staalarbeider", herinneren aan het roemrijke verleden. Je vindt deze beelden van Constantin Meunier bij de Koning Boudewijnbrug.
De mijnbouw is verleden tijd, maar de glasindustrie is nog springlevend. In het Glasmuseum (Musée du Verre) wordt de ontwikkeling van de glaskunst (van de Oudheid tot nu) getoond. Er zijn ook prachtige voorbeelden te zien van de kunde van Belgische glasblazers.
Charleroi staat aan de wieg van het stripverhaal, althans zo profileert de stad zichzelf graag. De stripuitgever Dupuis is er gevestigd en er is een Stripschool, de Ecole de Charleroi. Elk jaar wordt er een grote Stripbeurs gehouden, de Salon de la Bande Dessinée.
Tussen 1815 en 1830 werd er bij Charleroi een kasteel gebouwd, dat niet lang heeft bestaan. Al in 1870 werd het complex weer afgebroken voor de uitbreiding van de stad. De ondergrondse gewelven bestaan nog wel en die kunnen bezocht worden. Uitsluitend voor groepen en alleen volgens afspraak.
Frits Mulder, Taal en tekst.
