Geschiedenis 1

Enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling trokken Germaanse stammen de Rijn over en vestigden zich in wat nu België is. De naam België komt van de Romeinen die in de 1ste eeuw v. Chr. het gebied binnentrokken en het Belgica noemden. Na het ineenstorten van het Romeinse Rijk (5de eeuw n. Chr.) werd België onderdeel van het rijk van de Frankische koning Clovis I. Hij trouwde met een katholieke prinses van het Huis van Bourgondië en dat was het begin van de bekering van de Belgen tot het katholieke geloof.

Onder Karel de Grote breidde de macht van de rooms-katholieke kerk zich uit. Na de dood van Karels opvolger, Lodewijk de Vrome, werd België verscheidene keren verdeeld. Bij het Verdrag van Verdun (843) kwam het grootste deel van het land bij het zogeheten Middenrijk van Lotharius I. Na diens dood werd het land opnieuw verdeeld onder zijn nakomelingen.

Inmiddels waren in België vorstendommen ontstaan. Vooral de graven van Vlaanderen breidden hun macht uit en onderwierpen de zuidelijker gelegen graafschappen van Henegouwen en Namen. Het graafschap Luxemburg kon zich handhaven en werd in 1354 een zelfstandig hertogdom. In deze tijd kwam de handel sterk op. In Vlaanderen ontstond een lakenindustrie, in Luik verschenen de eerste hoogovens, en steden als Brugge, Gent en Brussel ontwikkelden zich als belangrijke handelscentra.

Erfopvolgingen

In 1384 overleed de Vlaamse graaf Lodewijk van Male. De geschiedenis van België (en Nederland) staat vervolgens in het teken van erfopvolgingen. Lodewijks dochter en opvolgster Margaretha was getrouwd met de Bourgondische hertog Filips de Stoute. Onder zijn bewind werden de Belgische gewesten verenigd. Zijn kleinzoon, Filips de Goede, zette de eerste stappen naar vereniging van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.

De laatste hertogin van Bourgondië, Maria, was getrouwd met de Oostenrijkse keizer Maximiliaan. Daardoor werden de Nederlanden onderdeel van het Habsburgse Rijk (Oostenrijk). De zoon van Maria en Maximiliaan, Filips de Schone, trouwde met Johanna van Castilië. Hun zoon, Karel, voerde daardoor niet alleen het bewind over de Nederlanden, maar erfde ook het Spaanse Rijk en – na de dood van Maximiliaan – het Heilige Duitse Roomse Rijk.

Verzet tegen de Spanjaarden

Deze keizer Karel V kreeg grote problemen met de monnik Maarten Luther, die zich verzette tegen het rooms-katholieke geloof. De keizer verordonneerde de vervolging van ketters (protestanten), die meestal op de brandstapel ter dood werden gebracht. De opvolger van Karel, Filips II, zette deze vervolgingen voort. Nadat protestanten beelden in katholieke kerken hadden vernield (1566, de Beeldenstorm), benoemde hij de hardvochtige hertog van Alva tot landvoogd over de Nederlanden.

Het verzet tegen de Spanjaarden werd geleid door Willem van Oranje, die de Tachtigjarige Oorlog ontketende. Daarbij scheidden de Noordelijke Nederlanden zich af (1648) en bleven de Zuidelijke Nederlanden onder Spaans bewind met de rooms-katholieke kerk als staatsgodsdienst. Dat betekende overigens allesbehalve vrede: Spanje was in oorlog met Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden werden daarin betrokken. Nadat in Spanje zelf de strijd om de troonopvolging losbrandde, werden de Zuidelijke Nederlanden aan Oostenrijk toegewezen.

[Vervolg: Geschiedenis 2]