Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

Op 21 september 1792 werd de Franse Republiek uitgeroepen. Twee maanden later trokken Franse legers naar het noorden en lijfden de Zuidelijke Nederlanden in.

Opnieuw waren er godsdienstvervolgingen, maar nu tegen de katholieken. De Belgen verzetten zich bovendien tegen de zware Franse belastingen.

De rust keerde pas weer toen in 1799 een zekere Napoleon Bonaparte een staatsgreep pleegde. Aanvankelijk waren de Belgen zeer te spreken over Napoleon, maar toen hij het Frans als officiële taal wilde invoeren en bovendien de handel met de Franse aartsvijand Engeland verbood, kwamen de Belgen in opstand. In 1815 leed Napoleon zijn definitieve nederlaag in de Slag bij Waterloo.

Op initiatief van Engeland werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden herenigd onder koning Willem I. Die eenheid zou niet lang duren. Zowel de conservatieve katholieke Vlamingen als de liberale Walen stonden zeer wantrouwend tegenover deze koning. Opnieuw was de taal een bron van twist: Willem voerde het Nederlands in als officiële taal in Vlaanderen. Dat stak de aristocratie en de adelen: Nederlands was een taal voor het gewone volk.

Belgische onafhankelijkheid (1830)

De katholieken en liberalen besloten samen een front te vormen tegen de koning. In 1830 braken overal in de Zuidelijke Nederlanden rellen uit en op 4 oktober van dat jaar verklaarde België zich onafhankelijk. De grote mogendheden erkenden de scheuring, maar Nederland erkende het onafhankelijke Koninkrijk België pas in 1839.

De tegenstellingen tussen liberalen en katholieken staken al snel weer de kop op. Vooral de subsidiëring van katholieke scholen was de liberalen een doorn in het oog. Intussen ontwikkelde België zich vrij snel tot industriestaat en koloniseerde het de Congo in Afrika (later Zaïre, nu: Democratische Republiek Congo).

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd België onder de voet gelopen door de Duitsers. Nadat die waren verslagen, werden enkele Duitse gebieden bij België ingelijfd (de zogeheten Oostkantons) en kregen de Belgen ook zeggenschap over Rwanda-Urundi in Oost-Afrika.

Na de oorlog werd België geregeerd door de katholieken die afwisselend coalities sloten met de socialisten en de liberalen. Er werden belangrijke sociale wetten aangenomen. Zo werd de 48-urige werkweek ingevoerd (zes dagen van acht uur), het ouderdomspensioen en het minimumloon. België liep met deze sociale wetgeving ver voor op Nederland.

Ondanks een strikte neutraliteitspolitiek werd België in de Tweede Wereldoorlog opnieuw bezet door Duitsland. Koning Leopold III capituleerde en bleef de hele oorlog in krijgsgevangenschap. Toch beschuldigden veel Belgen hem van collaboratie met de Duitsers. De geallieerden bevrijdden België in 1944, waarbij vooral in de Ardennen zwaar strijd werd geleverd.

Voor de periode na de Tweede Wereldoorlog, zie Moderne Politiek.

Frits Mulder, Taal en tekst.