Leuven (Louvain)
Leuven (Frans: Louvain, 90.000 inwoners) ligt ten oosten van Brussel en is vooral bekend door de Katholieke Universiteit die er gevestigd is. Het is de oudste universiteit van de Nederlanden. Eind jaren '60 van de vorige eeuw spitste de Belgische taalkwestie zich toe op deze universiteit. In 1972 werd de instelling officieel gesplitst, het Franstalige deel kwam onder de naam Université Catholique de Louvain (UCL) in Louvain-la-Neuve, ten zuiden van Brussel.
Dat Leuven een studentenstad is wordt uitgebeeld in Fonske, een standbeeld aan het Fochplein dat een student voorstelt die, lezend in een boek, de wijsheid in zijn hoofd laat lopen. Alhoewel het glas in zijn hand ook wel kan staan voor de hoeveelheden bier die studenten plegen te drinken…

Aan de Grote Markt staat het laat-gotische stadhuis, dat is verfraaid met siertorentjes (pinakels) en 236 beelden. In de kelder is het stedelijk brouwerijmuseum gevestigd.
De Sint-Pieterskerk werd in de 15de eeuw gebouwd op de plaats waar een romaanse kerk stond. Oorspronkelijk waren er drie torens gepland. Uiteindelijk werd er maar één afgebouwd. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk zwaar beschadigd. Bij de restauratie werd een romaanse crypte ontdekt uit de 11de eeuw.
De Oude Markt werd bij een brand in 1914 in de as gelegd. De gevels van de huizen werden daarna gerestaureerd in 16de en 17de eeuwse stijl. Het langwerpige plein staat bol van cafés, bars en restaurants. Dit is het centrum van het uitgaansleven, waar bij mooi weer de hele markt wordt omgetoverd tot een groot terras. Ook grote evenementen in de openlucht worden hier gehouden. Beroemd is Marktrock, een groot muziekfestival in augustus met optredens van meer dan 70 artiesten.
Het Groot Begijnhof werd prachtig gerestaureerd en is een stadje binnen de stad, waar het riviertje de Dijle doorheen stroomt. De meeste huisjes stammen uit de 17de eeuw. Er wonen geen begijntjes meer; in het complex worden nu buitenlandse studenten van de universiteit ondergebracht. De woningen aan het Klein Begijnhof bij de Sint-Gertrudiskerk zijn particulier bezit.
Frits Mulder, Taal en tekst.
