Luik
Weinig mensen weten dat Luik (Frans: Liège) is genoemd naar een rivier, de Legia. Die rivier is in de stad onzichtbaar, ze stroomt ondergronds naar de Maas. Die rivier is nu de levensader van de stad, overspannen door vele bruggen.
Net als Charleroi heeft Luik een slechte naam als grauwe stad. Er is inderdaad veel zware industrie, met name hoogovens, wat de stad de bijnaam Cité Ardente (Vurige Stad) heeft opgeleverd. In het historische centrum van Luik zijn in het verleden vele fouten begaan door prachtige gebouwen te slopen ten faveure van foeilelijke nieuwbouw. Toch is er nog genoeg moois te ontdekken.

Het stadsbeeld wordt bepaald door twee heuvels: de 100 meter hoge heuvel van de citadel en de Publémont, waarop de Sint-Maartenskerk staat. De binnenstad bestaat uit nauwe straatjes en kleine pleinen, die vaak autovrij zijn.
Groot is Place Saint Lambert. Dit plein had jarenlang de aanblik van een bouwput. Met steun van de Europese Unie is het weer het kloppend hart van de stad. Op deze plek stond de kathedraal Saint-Lambert, waarvan de plattegrond in de bestrating is weergegeven. Ondergronds ligt het Archeoforum waar delen van de oude kathedraal te zien zijn, de muren van een Romeins huis en andere archeologische vondsten.
Naast dit grote plein ligt de Place du Marché, ook wel de Grote Markt genoemd, omzoomd door fraaie huizen met 17de-eeuwse gevels. Aan de Place de la Cathédrale staat de kathedraal Saint-Paul. Oorspronkelijk uit de 10de eeuw, maar in de 13de eeuw herbouwd. In de 19de eeuw kreeg de kerk zijn huidige neo-gotische uiterlijk.
Het gebouw van het Musée d’Art Wallon ziet er bepaald onaantrekkelijk uit. Voor geïnteresseerden in Waalse schilderkunst is dit museum echter een must. Er hangen werken van Lombard, Defrance, Delvaux en Magritte.
Le Carré in de wijk L’Île is de uitgaansbuurt van Luik. Vele bars, cafés, restaurants en terrassen. Wie hier rondloopt, vergeet dat er rond het centrum grauwe industriewijken bestaan. De naam L’Île verwijst overigens naar het eiland dat hier ooit was, gevormd door de Maas en een zijarm van die rivier. In de 19de eeuw werd die zijarm gedempt.
Luik vergeet zijn industriële verleden niet. In het Maison de la Métallurgie et de l’Industrie vind je onder meer een complete 19de-eeuwse smederij.
Frits Mulder, Taal en tekst.
