Namen
Namen (Frans: Namur) is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en hoofdstad van Wallonië. De stad ligt aan de samenloop van de Maas en de Samber, 25 kilometer ten oosten van Charleroi. De Ardennen worden hier ook wel de Naamse Ardennen (Ardennes Namuroises) genoemd.
Namen heeft ruim 100.000 inwoners. In en rond de stad is vaak strijd geleverd. Dat gebeurde al in de Romeinse tijd en ook tijdens de twee wereldoorlogen werd hier zwaar gevochten.
Namen heeft een prachtige middeleeuwse stadskern, maar van de ommuring zijn slechts twee torens bewaard gebleven: de Tour Marie-Spilar en de Tour Saint-Jacques. Die laatste fungeert als klokkentoren.

De belangrijkste attractie van de stad is de citadel, een van de grootste van Europa. Deze burcht ligt 100 meter boven de Maas. Je kan het complex te voet bereiken, maar de meeste bezoekers nemen de kabelbaan vanaf Pied du Château. Tijdens Pasen wordt er ieder jaar een bierfestival gehouden.
Het Oudheidkundig Museum is gevestigd in een voormalige vleeshal uit de 16e eeuw. Het is een fraai voorbeeld van de zogeheten Maaslandse Renaissancestijl.
Twee kathedralen, de 18de-eeuwse Saint-Aubain en de 17de-eeuwse Saint-Loup, domineren de binnenstad van Namen. De Saint-Loup werd door de dichter Charles Baudelaire een "dure doodskist" genoemd. Dat had hij beter niet kunnen zeggen. Na zijn bezoek aan de kerk zakte Baudelaire in elkaar; hij stierf enkele maanden later.
Op de Place Saint-Aubin wordt ieder jaar op de derde zondag in september het Gevecht om de Gouden Stelt (Combat de l'Échasse d'Or) gehouden. Twee teams in middeleeuwse kleding proberen elkaar van de stelten te gooien. Waarschijnlijk liepen de inwoners van Namen vroeger tijdens overstromingen op stelten.
Niet ver van de stad ligt Marche-les-Dames, een nationaal park. In dat park verongelukte in 1934 koning Albert I. Volgens sommigen werd hij overigens vermoord.
Frits Mulder, Taal en tekst.
