Oostende

Oostende ligt aan de Belgische kust –in het westen– dus vanwaar de naam Oostende? Oorspronkelijk lag deze plaats op een eiland voor de kust. Aan de westkant van dat eiland lag Westende, in het midden Middelkerke en aan de oostkant Oostende.

Nu is Oostende de grootste plaats aan de kust en een belangrijk economisch en toeristisch centrum. De stad heeft veerverbindingen met plaatsen aan de Engelse kust.

De pier van Oostende

De meeste toeristen komen naar Oostende voor het strandplezier, maar het aantrekkelijke van de stad is dat er daarnaast nog veel te zien en te beleven valt. De torens van de Sint-Petrus-en-Pauluskerk steken hoog boven de stad uit. Deze neo-gotische kerk werd gebouwd op de plaats van de St. Pieterskerk die in 1896 afbrandde.

Aan de Albert-I promenade staat het Casino Kursaal. Het is niet slechts een casino, maar een sociaal-cultureel centrum met verscheidene zalen waar congressen of theatervoorstellingen worden gehouden, restaurants, bars en natuurlijk de casinozaal.

Bij de oude vestingmuren ligt het prachtige Leopoldpark, door de Oostendenaren "den Hof" genoemd. Het park is aangelegd naar voorbeeld van de Engelse landschapsarchitectuur met bruggetjes en bloemenperken. Beroemd is het bloemenuurwerk, waarvoor ieder jaar 15.000 bloemen worden aangeplant.

In de duinen ligt het Fort Napoleon, in 1811 gebouwd door deze Franse veldheer om zich tegen een eventuele aanval van de Engelsen te kunnen verdedigen. De Duitsers hebben er in de beide wereldoorlogen gebruik van gemaakt. Daarna raakte het in verval, maar sinds 1995 staat het onder beheer van Erfgoed Vlaanderen, dat het fort fraai restaureerde.

Tussen Oostende en Middelkerke ligt het Domein Raversijde. Bij archeologische opgravingen zijn daar middeleeuwse vissershuisjes teruggevonden die in oorspronkelijke staat zijn herbouwd. Dit is ook het gebied waar de Duitsers tijdens de wereldoorlogen hun "Atlantikwall" oprichtten. Observatieposten, bunkers en schuttersputjes zijn verbonden door twee kilometer lange loopgraven en onderaardse gangen.

Het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK) huist in een modern gebouw waarin vroeger een warenhuis was gevestigd. Het museum geeft een overzicht van moderne beeldende kunst vanaf het begin van de 20ste eeuw. James Ensor is de trots van Oostende. Het woonhuis van deze schilder aan de Vlaanderenstraat is thans een museum. Zijn werken zijn ook te zien in het Museum voor Schone Kunsten in het voormalige postkantoor.

De geschiedenis van Oostende staat centraal in het historisch museum De Plate in de Langestraat. Dit pand was tot 1922 de zomerresidentie van de koninklijke familie.

In de haven ligt gewoonlijk het zeilschip Mercator, dat tot 1960 in gebruik was om zeelieden op te leiden. Als het schip er niet ligt, neemt het waarschijnlijk deel aan een grote zeilmanifestatie elders.

Iedere zomer vindt in Oostende een groot theater- en muziekfestival plaats onder de naam Theater Aan Zee. Het is dé gelegenheid voor aanstormend talent om op te treden voor een groot publiek. In augustus staat de stad op z’n kop door de Paulusfeesten, een zevendaags openluchtfestijn van uiteenlopende kunstuitingen.

Frits Mulder, Taal en tekst.