Moderne politiek 2
[Vervolg van Politiek 1]
In België zelf stak de tegenstelling tussen Nederlandstalige Vlamingen en Franstalige Walen weer de kop op. In 1962 werd de taalgrens officieel vastgesteld, maar dat betekende niet het einde van de taalstrijd. Vooral in de voormalige Waalse Voerstreek, die administratief bij Vlaanderen was ingedeeld, laaiden de gemoederen hoog op.
De tegenstellingen werden nog vergroot doordat het Vlaanderen economisch voor de wind ging, terwijl in Wallonië vele mijnen werden gesloten en de werkloosheid hoog opliep.
Na jaren politiek gekrakeel werd in 1980 België verdeeld in een Vlaams Gewest, een Waals Gewest, en het stadsgewest Brussel. Ook werd vastgelegd dat Brussel officieel tweetalig was, Vlaanderen Nederlandstalig, Wallonië Franstalig en de zogeheten Oostkantons Duitstalig.
Na een regeringscrisis rond José Happart, de Franstalige burgemeester van Voeren die weigerde Nederlands te spreken, kregen de gewesten in 1989 nog meer autonomie. De verkiezingen van 1991 lieten een politieke aardverschuiving zien: in Vlaanderen won het extreem-rechtse Vlaams Blok aanzienlijk en in Wallonië de milieupartij Ecolo.
De christen-democratische leider Wilfried Martens gaf het stokje over aan Jean-Luc Dehaene, die een coalitie aanging met de socialisten. Die regering vormde in 1993 België officieel om in een federale staat met uitgebreide bevoegdheden voor de parlementen van Vlaanderen, Wallonië en Brussel. In datzelfde jaar overleed koning Boudewijn; hij werd opgevolgd door zijn broer Albert II.
De verkiezingen van 1999 stonden in het teken van de zogeheten dioxinecrisis: veevoer bleek besmet met giftige pcb’s en dioxines. De regering was van de zaak op de hoogte, maar wilde het schandaal stilhouden. Dat lukte niet, de Belgische omroep kreeg er lucht van en maakte het nieuws wereldkundig.
De verkiezingen werden vervolgens een nederlaag voor de christen-democraten en er kwam in België –net als eerder in Nederland– een "paarse" coalitie tot stand van liberalen, socialisten en groenen. Voor het eerst sinds 1958 belandden de christen-democraten in de oppositie.
Frits Mulder, Taal en tekst.
