Bloemschikken

Bloemschikken of bloemsierkunst is eigenlijk niets anders dan het maken van decoraties met behulp van bloemen. Dat kunnen zowel verse bloemen als droogbloemen zijn en in een enkel geval ook zijden bloemen. Kransen, bloemstukken, guirlandes, corsages, bijzondere boeketten, religieuze decoraties (met Pasen en Kerst bijvoorbeeld), allemaal voorbeelden waar de vaardigheden van het bloemschikken voor nodig zijn.

Dat het een kunst wordt genoemd, heeft te maken met het benodigde gevoel voor vorm, kleur en het goed kunnen combineren van materialen. Het is een kunst om van een decoratie een evenwichtig, sierlijk en bij het seizoen of bij de bedoeling passend geheel te maken.

Vaak worden nog andere decoratieve materialen toegevoegd om een sfeer te benadrukken (vruchten, mos, linten, kaarsen, plastic, metalen of houten sierelementen). Steekschuim en binddraad zijn onmisbaar om de verschillende materialen goed te kunnen verwerken.

Ikebana

Binnen de bloemsierkunst neemt het Japanse bloemschikken, Ikebana, een bijzondere plaats in.

Het belangrijkste verschil tussen gewone bloemsierkunst en Japanse bloemsierkunst is dat Ikebana juist heel bewust open ruimtes creëert, terwijl bij het gewone bloemschikken de ruimtes juist zoveel mogelijk worden opgevuld over het algemeen.

De hoeveelheid bloemen is bij Ikebana ondergeschikt aan de belijning, het ritme. Ook de kleur is in Ikebana minder nadrukkelijk aanwezig, vaak slechts door middel van één of enkele bloemen. Een Ikebana bloemstuk symboliseert de pracht en kracht van de gehele natuur.

Oorsprong van Ikebana

Ikebana betekent letterlijk "Levende bloemen" in het Japans. Ikeru betekent leven en scheppen, Hana betekent bloemen. De oorsprong gaat terug tot de 6de eeuw na Chr., toen het Boeddhisme vanuit China in Japan werd geïntroduceerd.

Een Japanse priester genaamd Ono-no-Imoko, leefde als een kluizenaar bij een meer in de buurt van Kyoto. Hij had de gewoonte om wat takken en bloemen te schikken in zijn tempel. Andere priesters namen deze gewoonte over en vanuit deze rituelen ontstond toen de eerste Ikebana school. De naam van deze school was Ikenobo, wat "hutje bij het meer" betekent.

Vanaf de 19de eeuw ontstonden meerdere Ikebana scholen als gevolg van de kennismaking met westerse invloeden en bloemen en ook vanwege de behoefte aan modernere manieren van bloemschikken waarbij ook abstracte en bij de tijdgeest passende creaties konden worden gemaakt.

Elke school typeerde een eigen stijl daarin. De Ohara, Sogetsu en Ichiyo zijn de bekendste van deze vernieuwende scholen. Grofweg zijn er twee stijlen binnen Ikebana te onderscheiden: de Moribana-stijl die gebruik maakt van lage vazen en de Heika-stijl die gebruik maakt van cilindrische vazen.

Ikebana kreeg in de loop der eeuwen steeds minder religieuze symboliek en werd steeds meer een algemene kunstvorm voor mensen die zich willen uiten door te spelen met ruimte, balans en lijnen. Tegenwoordig is Ikebana vooral een vorm van expressie.

Ikebana werd overigens in eerste instantie alleen door mannen beoefend. Pas eind 19de eeuw mochten ook vrouwen zich aan deze kunst wagen. Toen kreeg Ikebana ook een plaats als belangrijke vaardigheid die een vrouw moest leren ter voorbereiding op haar huwelijk, zoals zij ook de theeceremonie en kalligrafie moest beheersen. De beroemdste Ikebana-specialisten in Japan zijn echter nog steeds mannen.

Betekenis van Ikebana

Ikebana inspireert mensen tot een heel bewuste omgang met de natuur en het maken van op zelfexpressie gebaseerde bloemschikkingen. Daarbij is veel aandacht voor het maken van de juiste vormen, het gebruik van diverse materialen als symbool voor de gehele natuur, het creëren van evenwicht door het toepassen van open ruimtes.

Ikebana-bloemschikkingen zijn daardoor ook vaak asymmetrisch opgebouwd. Het beoefenen vergt geduld en zelfdiscipline, maar brengt daardoor ook rust in het hectische leven van alledag.