Valenstijnsdag
Valentijnsdag gaat voor zover bekend terug tot de 15de eeuw. In Engeland verrasten geliefden elkaar op die dag met een zogeheten valentine, vermoedelijk in de vorm van een gedicht, brief of cadeautje. Ook noemden ze elkaar op deze dag "Valentine".

Engelse emigranten brengen Valentijnsdag naar Amerika, waar het gebruik in de tweede helft van de 20ste eeuw erg populair wordt. Banketbakkers dragen flink bij aan deze popularisering, net als de vele bloemisten die (al dan niet anoniem) speciale rozen bezorgen op Valentijnsdag.
Naamgeving en datum
In 496 riep Paus Gelasius I de 14de februari uit tot de dag van de Heilige Valentijn. Over wie deze Sint-Valentijn nou precies was, bestaan verschillende verhalen, waarvan er hier drie genoemd worden.
Tijdens het regime van keizer Claudius II werd een wet uitgevaardigd die soldaten verbood om te trouwen. Deze wet moest ervoor zorgen dat soldaten hun volle aandacht aan hun werk zouden besteden in plaats van aan liefdesperikelen. Maar op een dag meldde een heidense soldaat zich bij bisschop Valentijn. Hij wenste te trouwen met een vrouw die christen was. Bisschop Valentijn vond deze liefde tussen twee mensen van groter belang dan de wet van de keizer en zegende het huwelijk in. Niet lang daarna klopten ook andere stellen aan bij de bisschop, die alle verzoeken inwilligde.
Dit tot grote ergernis van keizer Claudius die Valentijn liet vastnemen. Valentijn probeerde de keizer te bekeren, maar diens ergernis werd alleen maar erger. Hij voelde zich beledigd en om zijn macht te doen gelden, liet hij Valentijn martelen en tenslotte onthoofden. De dag waarop dat gebeurde was 14 februari, het jaar is onbekend. De bisschop zag kans om vlak voor de voltrekking van het vonnis een briefje aan het dochtertje van de cipier te geven. Op het briefje stond: "Van je Valentijn".
Een ander verhaal vertelt over een vader die bij de in de gevangenis zittende Valentijn op bezoek komt met het verzoek om genezing van zijn blinde dochter. Het geneesmiddel dat Valentijn geeft helpt echter niet en enige tijd later wordt Valentijn onthoofd. De dag na het vonnis ontvangt de blinde dochter een briefje van Valentijn. Uit dat briefje valt een gele bloem. Op het briefje stonden de woorden "Van Valentinus" geschreven. De dochter kon direct daarna weer zien. De legende vertelt verder dat de vader zich daarna bekeerde tot het christendom. Het was overigens Valentijns gewoonte om mensen die om raad kwamen vragen een bloem te geven als groet. De combinatie Valentijnsdag en bloemen is wellicht op die manier ontstaan.
De naam Valentijn komt mogelijk ook voort uit een verhaal dat zich in de 15de eeuw afspeelde. Een Franse graaf werd door de Engelsen opgesloten in de Tower of London. Vanuit die toren schreef de graaf diverse liefdesbrieven en liefdesgedichten aan zijn vrouw. Deze liefdesverklaringen noemde hij "Valentines".
Al deze verhalen hebben er toe bij gedragen dat 14 februari een dag van geliefden is geworden in de loop der eeuwen.
Oudste Valentijnsgedicht
Geoffrey Chaucer (ca.1343 - 1400), een Engelse dichter, is de auteur van het oudst bewaard gebleven Valentijnsgedicht. Sint Valentijn wordt door hem genoemd in zijn gedicht "Parlement of Foules" uit 1382. Chaucer zegt dat de vogels op Valentijnsdag voor het eerst weer gaan nestelen. Het is voor hem het teken dat de winter voorbij is en februari de liefdesmaand kan worden genoemd.
Oudste Valentijnskaart
De oudste Valentijnskaart (uit de 15de eeuw) wordt bewaard in het British Museum in Londen.
Valentijnsdag in onze tijd
Tegenwoordig is Valenstijnsdag een heel breed gevierde dag. Overal ter wereld is het feest wel doorgedrongen inmiddels en sturen mensen elkaar kaarten, bloemen en andere cadeautjes.
Waar het van oorsprong de gewoonte was om anoniem een Valentijnsverrassing te sturen, daar mag het nu ook gewoon met naam en toenaam gebeuren. Valentijnsdag is dé dag voor een lief gebaar. Een Valentijnsverrassing kan verstuurd worden om te zeggen dat je van iemand houdt maar ook gewoon om iemand te bedanken.
