Geschiedenis 1
Voordat de Portugezen in 1500 voet aan wal zetten, leefden er al vele eeuwen Indianenstammen in Brazilië. Ze woonden langs de kust en langs de vele rivieren in het Amazonegebied.Voor hen was 22 april 1500 een rampdag, de dag dat de Portugese zeevaarder Pedro Álvares Cabral Brazilië ontdekte.
Zes jaar eerder was bij het Verdrag van Tordesillas (1494) de hele aarde verdeeld in een Portugees en een Spaans deel. Op grond van dat verdrag kreeg Portugal Brazilië toegewezen.
Vanaf 1532 begon Portugal met de systematische kolonisatie van Brazilië, het eerst in het noordoosten. Grond in de Nordeste werd verdeeld onder Portugese edelen, die er grote suikerplantages vestigden. Al snel was Brazilië de belangrijkste suikerproducent ter wereld.
De Indianen werden verdreven of als slaaf tewerkgesteld op de plantages. Maar de Portugezen vonden de Indianen niet erg geschikt als arbeidskrachten. Daarom werden slaven uit West-Afrika gehaald. Dat is de oorzaak van de gemengde samenstelling van de Braziliaanse bevolking, heel anders dan die van andere Zuid-Amerikaanse landen.
In 1549 werd Salvador de hoofdstad van de nieuwe kolonie. Dertig jaar later viel Portugal in Spaanse handen; zo raakte het betrokken bij de Tachtigjarige Oorlog met de Nederlanders.
De Hollanders hebben de Nordeste korte tijd in bezit gehad, van 1630 tot 1654. Gouverneur Johan Maurits van Nassau wijdde zich enthousiast aan de stichting van Nederlandse suikerplantages. Die onderneming werd een mislukking door de daling van de suikerprijzen halverwege de 17de eeuw.
Door de concurrentie van suikerplantages in het Caraïbisch gebied ging het met de welvaart in de Nordeste snel bergafwaarts. Daar kwam bij dat in het zuidoosten goud was ontdekt. Dat sprak vele gelukzoekers uit de Nordeste en uit het buitenland tot de verbeelding.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
