Volk en cultuur 1

Brazilië is duidelijk anders dan de andere landen in Zuid-Amerika. Het is het enige land in dat continent waar Portugees de officiële taal is en de bevolking is een opmerkelijke mengelmoes van blanken, zwarten en Indianen.

Ruim de helft van de bevolking stamt af van blanke, Zuideuropese immigranten, eenderde deel bestaat uit blanken die zijn vermengd met Indianen of negers, en 10% heeft zijn wortels in West-Afrika.

De zwarte bevolkingsgroep is het armst: zij zijn het die in de favelas (krottenwijken) van de grote steden wonen.

Favela (sloppenwijk) in Rio de Janeiro

Deze smeltkroes van immigranten is zich heel sterk bewust van een eigen Braziliaanse identiteit.

Alleen de Amazone-Indianen vallen buiten de Braziliaanse cultuur. In de 16de eeuw waren er naar schatting 1 miljoen Indianen, maar de komst van de blanken heeft hun aantal dramatisch doen afnemen. Nu zijn er nog zo’n 200.000 Indianen over.

Nergens ter wereld heeft de samensmelting van verschillende culturen zo duidelijk tot een nieuwe cultuur geleid als in Brazilië. De immigranten brachten allemaal hun eigen geschiedenis mee waaruit de nieuwe, eigen, Braziliaanse cultuur ontstond.

Het Braziliaanse Portugees is daar een afspiegeling van. De taal klinkt niet alleen anders dan de taal van het moederland, er zijn ook verschillende woorden uit de Indiaanse taal en immigrantentalen in opgenomen. Zo zeggen de Brazilianen bij het afscheid tchau, wat is afgeleid van het Italiaanse ciao.

De Portugese invloed is het duidelijkst waarneembaar in de bouwkunst, de Afrikaanse invloed in muziek en dans en soms ook in gerechten. Vatapá – gemaakt van rijstbloem, kokosolie, rode pepers, vis en garnalen – is zo’n gerecht van Afrikaanse oorsprong.

[Vervolg: Volk en cultuur 2]