Economie

Ruim tien jaar geleden was de economie van Cambodja totaal geruïneerd. De jarenlange (burger)oorlog had zijn sporen nagelaten. Langzaam maar zeker krabbelt Cambodja uit het dal, maar dat is nauwelijks te danken aan de leiders van het land. Topfiguren in de regering, het parlement en het leger hebben uitsluitend hun eigenbelang voor ogen en steken via corruptie miljoenen in hun zak. Het land is zwaar afhankelijk van buitenlandse donoren die het grootste deel van de staatsbegroting voor hun rekening nemen.

Cambodja is een agrarisch land. Zo’n driekwart van de bevolking werkt in landbouw of visserij. In de meeste gevallen zijn dat kleine (familie)bedrijfjes, waar nog op een traditionele manier wordt gewerkt. Moderne landbouwmethoden worden vrijwel niet toegepast. Voor de export spelen landbouw en visserij geen rol van betekenis. Alleen de bosbouw zou wat kunnen opleveren, ware het niet dat de houtkap vaak illegaal is en in handen van het leger. De opbrengsten verdwijnen in militaire zakken.

Voor het binnenhalen van buitenlandse deviezen steunt het land op twee pijlers: de textielindustrie en het toerisme.

Cambodjaanse textielindustrie

In Cambodja werken honderdduizenden vrouwen in textielfabrieken, die dure Westerse merkkleding produceren. Een van de belangrijkste redenen voor merkkledingfabrikanten om voor Cambodja te kiezen zijn de werkomstandigheden. Die zijn hier beduidend beter dan in veel andere ontwikkelingslanden. Zogeheten sweatshops bestaan in Cambodja niet of nauwelijks, dankzij intensieve controle door de International Labour Organization.

De Cambodjaanse economie stelt op wereldschaal weinig voor: het Bruto Binnenlands Product bedraagt ongeveer 5 miljard dollar per jaar. Dat komt neer op 350 dollar per hoofd van de bevolking. Cambodja is daarmee een van de armste landen ter wereld. Wel groeit de economie de laatste jaren fors, met gemiddeld 7% per jaar. Volgens het IMF kende Cambodja in 2005 zelfs een groei van 13%, vooral dankzij een overvloedige rijstoogst. Veelbelovend is de ontdekking van olievelden in de Golf van Thailand. Overigens moeten Thailand en Cambodja nog wel uitvechten op welk deel van de olievoorraden ze aanspraak kunnen maken.

Buitenlandse hulporganisaties

Hulporganisaties spelen een belangrijke rol in het land, maar velen vragen zich af wat het nuttig effect is van deze sector. Voorstanders stellen dat de arme bevolking er nog veel slechter aan toe zou zijn zonder die hulp. Critici zeggen dat de "hulp" voornamelijk bestaat uit vorstelijk betaalde consultants die dikke rapporten schrijven die niemand leest. Met als standaardconclusie dat er meer geld nodig is, zodat ze hun luxe leventje in zwaarbewaakte villa’s kunnen voortzetten.

De aanwezigheid van duizenden hulpverleners is een van de redenen dat de huizenprijzen in Phnom Penh enorm hoog zijn, zeker als je bedenkt dat Cambodja een straatarm land is. Die boom in de huizenprijzen begon in 1992 met de komst van meer dan 20.000 militairen van de VN. Die organisatie betaalde (naar Cambodjaanse begrippen) astronomische bedragen voor het huren van gebouwen.

De door de oorlog zwaar gehavende infrastructuur is de laatste jaren sterk verbeterd. Zo zijn alle wegen tussen de belangrijkste steden geasfalteerd. Een uitzondering vormt de weg tussen de Thaise grens en Siem Reap. Een uiterst belangrijke weg, omdat veel toeristen via die route binnenkomen. Dat die weg nog steeds slecht is, vormt een schoolvoorbeeld van de corruptie in Cambodja. Volgens hardnekkige geruchten heeft de luchtvaartmaatschappij Bangkok Airways hooggeplaatste Cambodjanen dik betaald om die weg in slechte staat te houden. Bangkok Airways heeft namelijk een monopolie op de vliegroute Bangkok – Siem Reap…

Toerisme

Nu het na jaren van (burger)oorlog weer rustig is in het land, ontwikkelt Cambodja zich sterk als toeristische bestemming. Het land trekt thans zo’n 1 miljoen toeristen per jaar en dat aantal groeit. De grote trekpleister is het tempelcomplex bij Angkor. Helaas is dat voor veel toeristen de enige reden om naar Cambodja te gaan. Slechts heel langzaam dringt het besef door dat Cambodja meer te bieden heeft dan alleen tempels.

Zo was Phnom Penh in de Franse tijd "de parel van Zuidoost-Azië". De stad heeft zich langzaam hersteld van de oorlogsschade, al valt er nog veel te doen. Een bezoek aan het genocidemusuem Tuol Sleng is geen vrolijke gebeurtenis, maar wel een ‘must’ voor iedereen die iets wil begrijpen van de recente geschiedenis.

Strandliefhebbers gaan naar Sihanoukville, dat zich de laatste jaren ook sterk heeft ontwikkeld.

Het oosten van Cambodja trekt maar weinig bezoekers en dat is jammer, want het is een prachtig gebied. Droge savanne afgewisseld met dichte jungle, woeste rivieren en watervallen, karakteristieke dorpjes en inheemse stammen.

Veel mensen denken dat Cambodja een gevaarlijk land is door de vele landmijnen. Het is waar dat er nog vele mijnen in de grond liggen, maar een toerist zal daar nooit mee in aanraking komen. Gevaar lopen alleen boeren die braakliggend land willen ontginnen en kinderen die in afgelegen jungle spelen. Jaarlijks raken 700 mensen gewond of worden gedood door landmijnen en andere explosieven. Zonder uitzondering gebeuren die ongelukken in gebieden waar een toerist nooit een stap zal zetten.

Frits Mulder, Taal en tekst.