Geschiedenis 1
Er is weinig bekend over prehistorisch Cambodja en de herkomst van de Khmers. Waarschijnlijk zijn ze vanuit het noorden de Mekong afgezakt.
In de Mekongdelta ontstond rond de 1ste eeuw het Khmer-koninkrijk Funan, in het zuiden van het huidige Vietnam. Het was een belangrijke pleisterplaats voor handelaren uit India die met hun waren onderweg waren naar Zuid-China. Dit verklaart de sterke Indiase invloed op de Cambodjaanse cultuur (zie Volk en cultuur). Het koninkrijk Funan heeft eeuwen bestaan, naast een aantal andere Khmer-koninkrijkjes, die afwisselend samenwerkten en elkaar bevochten.
Toen in de 6de eeuw het belang van Funan afnam, trokken de Khmers verder het binnenland in. Ze vestigden zich langs de Mekong en rondom het Tonlé Sap-meer. Waarschijnlijk had de opkomst van de rijstverbouw daar mee te maken. Deze periode wordt vaak aangeduid als het Chenla-tijdperk. In deze tijd breidden Javaanse heersers hun invloed uit in Zuidoost-Azië.
Nog steeds bestonden er verschillende koninkrijkjes. Dat veranderde pas onder koning Jayavarman II. Hij was een Khmer, maar woonde lange tijd op Java. Bij zijn terugkeer in 802 verklaarde hij Chenla onafhankelijk van Java en gaf zichzelf de titel "goddelijke koning". Zijn rijk noemde hij Kambujadesa.
Aanvankelijk leek het er niet op dat dit koninkrijk erg machtig zou worden. Verschillende koningen bestreden elkaar op leven en dood. Vaak kwamen ze aan de macht door hun neef of oom af te zetten.
Koning Suryavarman I (1002 – 1050) bracht eenheid in het Khmer koninkrijk, dat zijn hoogtepunt bereikte onder Suryavarman II (1113 – 1150). Het rijk strekte zich toen uit over het grootste deel van Thailand, Laos, het huidige Cambodja en Zuid-Vietnam. Suryavarman II bouwde Angkor Wat, de grootste van de meer dan 700 tempels die de Khmer-koningen bouwden.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
