Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

Tot de 11de eeuw was het hindoeïsme de staatsgodsdienst en een van de belangrijkste taken van de koning was het bouwen van tempels. Niet alleen voor zichzelf, maar ook om de voorvaderen te eren. De ene koning wilde niet voor de ander onderdoen en zo verrezen grote tempelcomplexen. Daarnaast legden ze uitgebreide irrigatiesystemen aan.

In 1181 kwam Jayavarman VII op de troon. Hij introduceerde het boeddhisme, bouwde de ene tempel na de andere (o.m. Angkor Thom) en liet nog meer irrigatiesystemen aanleggen.

Voor deze bouwwoede waren niet alleen grote sommen geld nodig, maar ook enorm veel arbeiders, die dus niet ingezet konden worden als soldaten om aanvallen van buitenaf te weerstaan. Na de dood van Jayavarman VII grepen Siam (Thailand) en Vietnamese koningen hun kans. De Khmers werden afwisselend uit het oosten en westen aangevallen.

Bij de derde invasie van de Siamezen in 1413 werd Angkor ingenomen. De Khmers zochten hun toevlucht in een gebied rond het huidige Phnom Penh, dat in 1772 overigens ook door de Siamezen werd veroverd en platgebrand. Oudong (40 kilometer ten noorden van Phnom Penh) was ook enige tijd hoofdstad. Tot 1864 was Cambodja eigenlijk een vazalstaat van afwisselend Siam en Vietnam. De Vietnamezen veroverden de Mekongdelta, waarmee Phnom Penh een directe verbinding met de zee verloor.

Protectoraat

Dat Cambodja nog bestaat, is te danken aan de Fransen, die het in 1864 een Frans protectoraat maakten. Aanvankelijk bemoeiden de Fransen zich weinig met het land, maar in 1884 dwongen ze koning Norodom een verdrag te tekenen waarmee Cambodja in feite een Franse kolonie werd.

De Fransen zorgden er in 1907 voor dat Cambodja de provincies Battambang en Siem Reap (Angkor!) terugkreeg van Thailand. Die provincies verloor Cambodja opnieuw tijdens de Japanse overheersing in de Tweede Wereldoorlog. Pas in 1947 vielen deze gebieden weer toe aan Cambodja.

Frits Mulder, Taal en tekst.