Oost-Cambodja deel 2: Ratanakiri

[Vervolg van Oost-Cambodja deel 1: Mondulkiri]

Ratanakiri ligt in het noordoosten van Cambodja. De hoofdstad heet Banlung. Tegenwoordig gaan er bussen rechtstreeks van Phnom Penh naar Stung Treng, dat aan de Mekong ligt. Van Stung Treng ben je nog zeker drie uur onderweg naar Banlung. De meeste toeristen vliegen dan ook naar Ratanakiri, al gebeurt dat met stokoude en niet erg betrouwbare Antonov-vliegtuigjes.

Net als in Mondulkiri vind je ook in Ratanakiri minderheidsgroepen (verzamelnaam: Khmer Loeu of chunchiet). De aantrekkingskracht zit niet in hun bijzondere klederdrachten, want die dragen ze niet (meer). Wel is hun huizenbouw bijzonder. Zo bouwen de Tampoun huizen op palen voor huwbare jongeren. Zo kunnen die in alle rust en onttrokken aan nieuwsgierige blikken hun huwelijkspartner kiezen. De begraafplaatsen zijn ook bijzonder: de graven worden bewaakt door kleurrijke houten beelden.

Het oosten van Cambodja op een kaart

Helemaal in het noorden van Ratanakiri, tegen de Laotiaanse grens, ligt Virachey National Park. Het is een van de ruigste gebieden in Cambodja en nauwelijks ontwikkeld voor het ontvangen van bezoekers. Er leven olifanten, luipaarden en tijgers, maar om die te zien moet je zeker vijf dagen uittrekken. Alleen dan zul je ver in het park doordringen.

Vlak bij Banlung ligt Yeak Lom, een kratermeer van 70 meter diep, omgeven door jungle. Het water is kristalhelder en het is daarom een perfecte plek voor een duik. Volgens de stammen in de omgeving leven er geesten in het water en voor hen is het meer dan ook heilig. Meer informatie over de minderheidsgroepen vind je in een bezoekerscentrum bij het meer.

Voor de echte avonturiers is de route van Banlung naar Sen Monorom een belevenis. Doe dit nooit zonder een gids, want op veel plaatsen is de "weg" niet meer dan een smal paadje. Daarom kan dit ook alleen met een off-road motor, alhoewel Cambodjanen er hun hand niet voor omdraaien op een gewoon brommertje van de ene provinciehoofdstad naar de andere te rijden.

Frits Mulder, Taal en tekst.