Siem Reap en de tempels van Angkor, deel 2
[Vervolg van Siem Reap / Angkor 1]
De tempels van Angkor zijn in een periode van 600 jaar gebouwd door verscheidene Khmer-vorsten. Daardoor verschillen ze duidelijk in bouwstijl en zijn er zowel hindoeïstische als boeddhistische tempels te zien.
Rond deze tempels lag de stad Angkor, die op het hoogtepunt van het Khmer Rijk mogelijk een miljoen (!) inwoners had.
De meeste tempels zijn gebaseerd op een basisontwerp met vijf torens: een in het midden, en vier lagere daaromheen. Dat ontwerp is duidelijk zichtbaar bij Angkor Wat, dat omgeven is door een enorme slotgracht van 190 meter breed. Die gracht stelt de oceanen voor. De toegangsbrug wordt bewaakt door een zevenkoppige naga (mythische slang). De vier zijden van het vierkante complex zijn versierd met bas-reliëfs. Elke muur vertelt een ander verhaal uit de geschiedenis.

Ten noorden van Angkor Wat ligt Angkor Thom. Het is de oude, ommuurde stad van Angkor met indrukwekkende toegangspoorten. Ten westen en ten oosten lagen enorme rechthoekige waterreservoirs, die de stad van water voorzagen en ook dienden voor irrigatie van het land. Het oostelijke reservoir is helemaal drooggevallen, het westelijke gedeeltelijk.
Centraal in de stad ligt de Bayon. Van een afstandje ziet deze tempel eruit als een donkere chaotische stapel stenen. Dat komt doordat deze tempel maar liefst 54 torens heeft. Elke toren bestaat uit mysterieus glimlachende gezichten in de vier windrichtingen. Het is niet zeker of dit het gezicht voorstelt van koning Jayavarman VII, die de tempel bouwde, of van de bodhisattva (“hij die naar verlichting streeft”) Avalokiteshvara (“god die naar beneden staart”, oftewel: een god die mededogen heeft).
Verder naar het oosten ligt Ta Prohm. Deze tempel werd niet gerestaureerd en is overwoekerd door jungle. Het is fascinerend om te zien hoe dikke wortels van enorme bomen zich een weg hebben gebaand over en door de stenen. De meest gefotografeerde boom is die waar Angelina Jolie in de film Tomb Raider een bloem plukte en naar beneden viel.
Verder weg ligt de tempel Banteay Srei (Citadel van de Vrouwen). Het is een relatief eenvoudig en klein gebouw, maar het beeldhouwwerk geldt als het mooiste van alle tempels in Angkor. Mogelijk is dit beeldhouwwerk uitgevoerd door een of meerdere vrouwen, want het lijkt te fijn en gedetailleerd om te zijn uitgevoerd door een mannenhand.
De meeste toeristen komen uitsluitend voor de tempels naar Siem Reap, maar er is meer te zien rond dit stadje. Vogelliefhebbers kunnen hun hart ophalen in Prek Toal, een vogelreservaat in het Tonlé Sap-meer.
Als je per boot aankomt in het haventje bij Siem Reap, vaar je langs een (Vietnamees) drijvend dorp. Dit dorp – Chong Kneas – is ook te bezoeken. Helaas is het inmiddels zo populair dat je er soms meer toeristen ziet dan bewoners.
Twee kilometer ten noorden van Siem Reap ligt het Land Mine Museum. Het is opgezet door een man die op z’n eigen houtje landmijnen ruimde. Het museum vraagt geen toegangsgeld, maar donaties zijn welkom. Het museum fungeert ook als opvanghuis voor kinderen die het slachtoffer zijn geworden van ontploffende landmijnen.
Frits Mulder, Taal en tekst.
