Economie

Nog maar ruim een eeuw geleden was Canada voornamelijk een agrarisch land dat leefde van akkerbouw, veeteelt, bosbouw en pelshandel. Nu is het een grote industriële natie.

Die industriële ontwikkeling begon aan het einde van de 19de eeuw met de opkomst van textielindustrie en de verwerking van agrarische producten. De producten werden voornamelijk op de thuismarkt afgezet.

Een echte impuls kreeg Canada door de ontwikkeling van de mijnbouw: kolen in Nova Scotia, goud in British Columbia, ijzer in Ontario en Québec, en koper in de oostelijke kuststreken. Later werd de mijnbouw enorm uitgebreid. Canada is de grootste producent van nikkel, zink, zilver en asbest.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide de metaalindustrie in hoog tempo en kwamen scheepsbouw en vliegtuigindustrie tot ontwikkeling. Verder investeerden Amerikaanse bedrijven in de opzet van pulp- en papierindustrie (Canada produceert meer dan de helft van de wereldproductie van krantenpapier). Ook werden in die tijd de eerste waterkrachtcentrales aangelegd. De economische crisis van de jaren '30 bracht ook Canada harde klappen. Door de Tweede Wereldoorlog kwam de productie van schepen en vliegtuigen weer op gang.

De Canadese economie is zeer sterk verbonden met de Amerikaanse. Veel industrieën produceren vooral voor de Amerikaanse markt en een groot aantal bedrijven is geheel of gedeeltelijk in Amerikaanse handen. De provincie Ontario – met name het gebied rond Toronto – is het industriële centrum van Canada. Er is metaalindustrie, er worden auto’s en auto-onderdelen geproduceerd en verder chemicaliën, machines, huishoudelijke apparaten en voedingsmiddelen.

Graanvelden te Saskatchewan, Canada

De prairies (zie Geografie) vormen het hart van de Canadese landbouw. In de provincies Alberta, Saskatchewan en Manitoba wordt veel tarwe verbouwd op bedrijven van enorme omvang. Van de totale tarweopbrengst wordt driekwart geëxporteerd.

Veeteeltbedrijven zijn meer geconcentreerd bij hun afzetmarkt: rond de grote steden in Ontario en Québec. Canada is een grote vleesexporteur, maar het werd de laatste jaren veelvuldig geplaagd door gevallen van de gekke-koeienziekte BSE. Andere landen, waaronder de VS, reageerden dan onmiddellijk met een importverbod op Canadees vlees.

Van oudsher handelt Canada in pelzen. Vroeger gebeurde dat door jacht; tegenwoordig worden de meeste pelsdieren gefokt. Omstreden is de jacht op zeehonden, die in 1987 onder internationale druk werd gestaakt, maar onlangs weer werd geïntensiveerd. Volgens Canada is de zeehondenpopulatie zo sterk toegenomen, dat de jacht "verantwoord" is.

Canada heeft enorme voorraden delfstoffen, waaronder olie en gas. De laatste jaren is er meer belangstelling voor de winning van olie uit teerzanden. Deze zogeheten bitumineuze zandgronden liggen in de provincies Alberta en Saskatchewan. De winning van olie uit teerzanden is uiterst kostbaar, maar toch rendabel als de olieprijs op de wereldmarkt hoog is. Er worden nog steeds nieuwe voorraden olie en gas gevonden.

Toerisme

Canada heeft toeristen veel te bieden: aantrekkelijke steden, uitgestrekte bossen, duizenden meren en indrukwekkende watervallen.

In de provincie Alberta liggen twee interessante nationale parken: Banff National Park in de Rocky Mountains en Jasper National Park, het grootste park van Canada. Alleen al deze parken trekken miljoenen toeristen per jaar, voornamelijk uit Canada zelf en uit de VS.

Ook de Niagara Falls – op de grens met de Verenigde Staten – trekken vele belangstellenden.

Frits Mulder, Taal en tekst.