Geografie

Canada is in oppervlakte (bijna 10 miljoen km²) de tweede staat ter wereld: een enorm uitgestrekt land dat het noorden van Noord-Amerika beslaat. Het grenst in het zuiden aan de Verenigde Staten. Die grens loopt voor een groot deel gelijk aan de 49ste breedtegraad. Ook in het noordwesten grenst Canada aan de VS (Alaska). In het noorden ligt de Noordelijke IJszee en in het noordoosten de Baffin Bay met aan de overkant van die baai Groenland. Ten oosten van Canada ligt de Atlantische Oceaan, in het westen grenst het land aan de Grote of Stille Oceaan.

Het noordelijkste punt van Canada (Cape Columbia op Ellismere Island) en het zuidelijkste punt (Middle Island in Lake Erie) liggen 4600 kilometer uit elkaar. De grootste afstand tussen oost en west bedraagt 5500 kilometer. Een enorm groot land dus, maar daarbij moet wel opgemerkt worden dat het grootste deel vrijwel onbewoond is. De meeste Canadezen wonen in een strook langs de grens met de VS en dan vooral in grote stedelijke gebieden in het oosten en westen van die strook. Het bijna onbewoonde deel is overigens economisch uiterst belangrijk voor Canada: dat gebied is zeer rijk aan delfstoffen (zie bij Economie).

Het noorden van Canada bestaat uit eilanden die ruim binnen de Poolcirkel liggen en daardoor bestaan uit toendra’s die vaak met ijs zijn bedekt. Ten zuiden daarvan ligt het zogeheten Canadese Schild dat bestaat uit uitgestrekte naaldbossen. Het is bovendien bezaaid met meren en wordt diep ingesneden door de Hudson Bay, waarin vele rivieren uitmonden. Ten zuidwesten van het Canadese Schild liggen de prairies die doorlopen tot aan de bergketen Rocky Mountains. Deze prairies zijn uiterst vruchtbaar en vormen het hart van de Canadese landbouw. Direct aan de westkust ligt een tweede bergketen, de Coastal Mountains.

De wereldberoemde Niagra Falls

In het zuidoosten ligt het gebied van de Grote Meren, dat Canada deelt met de Verenigde Staten. De grens tussen de twee landen loopt dwars door Lake Superior, Lake Huron, Lake Erie en Lake Ontario. Tussen deze laatste twee stroomt de Niagara River met de beroemde watervallen (55 en 57 meter hoog). Het vijfde van de grote meren – Lake Michigan – ligt helemaal op Amerikaans grondgebied.

Mount Logan is met 5959 meter de hoogste top van Canada. De berg ligt in het noordwesten, vlak bij de grens met Alaska.

Door de uitgestrektheid van het land zijn er veel verschillende klimaten. In het noorden heerst een poolklimaat, waar de temperatuur in de zomer niet boven de 8 graden Celsius uitkomt. Het grootste deel van de rest van Canada heeft een landklimaat met hete zomers en koude winters. Vooral in de prairiegebieden kan het in de winter extreem koud zijn.

Ook in de grote steden in het oosten (Ottawa, Toronto, Montréal, Québec) kunnen de zomer- en wintertemperaturen sterk uiteenlopen; er valt in de winter vaak veel sneeuw.

Alleen Vancouver in het zuidwesten kent een gematigd klimaat. De stad dankt dit aan de ligging ten westen van de Rocky Mountains, waardoor koude poollucht er niet doordringt. Ook de warme golfstroom Koero Sjio draagt bij aan het milde klimaat; in Vancouver komt de temperatuur in januari niet onder het vriespunt.

Frits Mulder, Taal en tekst.