Moderne politiek 1

In de 20ste eeuw is de eenheid van Canada enkele malen in gevaar geweest, vooral in tijden van economische neergang. Dan kwamen de tegenstellingen tussen de provincies en de federale regering naar boven. Verder bleef de kwestie-Québec de gemoederen bezighouden.

Het sluimerende verlangen naar onafhankelijkheid onder de Franstaligen kreeg een sterke impuls door het bezoek van de Franse president Charles de Gaulle in 1967. Hij besloot een toespraak met “Leve het Vrije Québec”. Onmiddellijk werd zijn officiële bezoek afgebroken, maar nog in datzelfde jaar werd de Parti Québécois opgericht die streefde naar volledige onafhankelijkheid.

Het Canadese parlement te Ottawa

De Parti Québécois wilde via de politiek haar doelen bereiken, maar radicale Franstaligen gingen een stap verder. Er werden aanslagen gepleegd en mensen ontvoerd en vermoord.

De Canadese regering onder leiding van de liberale premier Trudeau greep hard in. Trudeau was van Frans-Canadese afkomst, maar duldde geen extremisme van de Franstaligen. Hij zette zich in om via sociaal-economische hervormingen de positie van Québec te verbeteren.

In 1976 veroverde de Parti Québécois de meerderheid van het aantal zetels in het provincieparlement. Onmiddellijk werden wetten ingevoerd om het Frans te beschermen. De leider van de partij, René Lévesque, bereidde een referendum voor over onafhankelijkheid.

Die volksstemming werd gehouden in 1980. Tot verrassing van Lévesque stemde een meerderheid (60%) van de kiezers tégen onafhankelijkheid van Québec. Zelfs onder de Franstaligen was slechts een minderheid vóór zelfstandigheid.

[Vervolg: Politiek 2]