Economie

Sinds het eind van de jaren '70 voert China een nieuwe economische koers, de zogeheten "open deur"-politiek. China besloot niet langer de contacten met het buitenland tot een minimum te beperken, integendeel, buitenlandse investeringen werden aangemoedigd. Dit beleid werpt zijn vruchten af. De handel met het buitenland is sterk gegroeid en sinds het midden van de jaren '90 maakt China een enorme economische groei door.

In 2004 bereikte China de zesde plaats op de wereldranglijst van economieën, daarbij Italië passerend. Een jaar later ging het Frankrijk voorbij en in 2006 werd de Chinese economie groter dan die van Groot-Brittannië. China stond toen op de vierde plaats, na de VS, Japan en Duitsland. De laatste jaren groeit de Chinese economie met meer dan 9% per jaar.

Deze forse groei geeft ook enkele problemen:

  • Allereerst is het vooral de stedelijke bevolking die profiteert van de toenemende welvaart. Het platteland van China blijft daarbij ver achter. Er is een groeiende tegenstelling tussen "nieuwe rijken" en arme Chinezen, en dat in een land dat zich nog steeds communistisch noemt. De bevolking in achtergebleven regio’s komt daartegen geregeld in opstand. Dat is gevaarlijk voor de politieke stabiliteit van China en de overheid heeft daarom programma’s ontwikkeld om West-China en het noordoosten van het land economisch te ontwikkelen.
  • Het buitenland protesteert tegen de ongebreidelde exportgroei van China, de VS voorop. Volgens de Amerikanen is de Chinese munt, de yuan, veel te goedkoop en houden de Chinese autoriteiten de munt bewust laag om de export te bevorderen.
  • In China zelf is er vaak gebrek aan grondstoffen, waardoor fabrieken niet optimaal kunnen produceren. Aan de andere kant is er soms ook sprake van overproductie.

Jarenlang was de landbouw de belangrijkste sector in de Chinese economie. China verbouwt rijst, tarwe, sorghum, gierst, gerst, pinda's, graan, sojabonen en aardappels. Het land is de belangrijkste katoen- en tabakproducent ter wereld.

Hoewel de landbouw nog steeds een flinke bijdrage levert aan de economie, is de industrie nu de belangrijkste sector. Daarbij heeft de traditionele textielindustrie het inmiddels afgelegd tegen de machine-industrie. Verder groeit de elektronicasector. China is een belangrijke computerproducent.

China is de tweede energieproducent ter wereld (na de VS). Toch is er niet voldoende energie voor de sterk groeiende industrie. Daarom werkt China aan grote waterkrachtcentrales. De omstreden Drieklovendam in de Jangtsekiang-rivier is daarvan een voorbeeld. Voor de aanleg van deze gigantische stuwdam moesten meer dan 1 miljoen Chinezen hun huis uit. Bovendien zijn de gevolgen van dit project voor het milieu nog niet te overzien. De Chinezen zeggen simpelweg dat ze de energie nodig hebben. In 2009 zal de dam 18 megawatt aan elektriciteit leveren, vooral bestemd voor Sjanghai.

Hoewel China zelf olie produceert, moet het land elk jaar enorme hoeveelheden olie invoeren.

Toerisme

Met 1,3 miljard inwoners heeft China een enorme binnenlandse toeristenmarkt. De overheid stimuleert het binnenlands toerisme, onder meer door de vakanties rond feestdagen uit te breiden. Deze vakanties (rond Chinees Nieuwjaar, 1 mei en 1 oktober) staan bekend als de "gouden weken". Miljoenen Chinezen gaan dan op reis, wat tot grote problemen leidt op de wegen en in het openbaar vervoer.

In 2004 werd China bezocht door 40 miljoen buitenlandse toeristen. Dat aantal groeit jaarlijks met 10%. Volgens de Wereld Toeristenorganisatie zal China in 2020 de belangrijkste toeristische bestemming ter wereld zijn.

Door de toegenomen welvaart reizen de Chinezen zelf steeds meer naar het buitenland. Ze mogen alleen naar "goedgekeurde bestemmingen". Die lijst groeit overigens gestaag.

Frits Mulder, Taal en tekst.