Geografie

China is een immens land dat een groot deel van Oost-Azië beslaat. Het is 9,6 miljoen km² groot, dat is 240x Nederland. Het is het op twee na grootste land ter wereld (na Rusland en Canada). Van noord naar zuid strekt het land zich uit over 4000 km, van oost naar west over bijna 5000 km.

China heeft ruim 22.000 kilometer aan landgrenzen. In het noordoosten grenst het aan Noord-Korea en Rusland. Ten noorden van China ligt Mongolië. In het noordwesten grenst het opnieuw voor een klein stukje (40 km) aan Rusland en verder aan Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan. In het uiterste westen grenst China aan Afghanistan en Pakistan. In het zuiden zijn er grenzen met achtereenvolgens India, Nepal, Bhutan, Myanmar, Laos en Vietnam. De oostkust is 14.500 km lang. De baai tussen het Chinese vasteland en het Koreaanse schiereiland heet Gele Zee, in het zuidoosten grenst het land aan de Zuid-Chinese Zee. Deze zeeën zijn een onderdeel van de Grote Oceaan.

Voor de kust liggen duizenden eilanden; de meeste zijn onbewoond. Eén eiland voor de kust zorgt al decennia lang voor politieke onenigheid: Taiwan. Volgens de Chinese regering in Peking hoort Taiwan bij China, maar de Taiwanezen houden vast aan hun onafhankelijkheid en hun kapitalistische systeem (zie verder bij Moderne politiek).

Mount Everest, de hoogste berg ter wereld (8848 m)

In het zuidwesten ligt een grote hoogvlakte die zo’n 20% van China uitmaakt. Deze vlakte van gemiddeld meer dan 4000 meter hoog wordt omsloten door bergen: het Kunlun- en het Altun-gebergte in het noorden, en de Himalaya in het zuiden. Op de grens met Nepal ligt de hoogste berg ter wereld, de Mount Everest (8848 m). China heeft ruim honderd bergtoppen van meer dan 7000 meter hoog en ruim duizend van 6000 meter of meer. Op de hoogvlakte en in de Himalaya ontspringen enkele van de belangrijkste Aziatische rivieren, zoals de Ganges, de Brahmaputra, de Jangtsekiang (Blauwe Rivier, ook wel: Yangtze), de Huang He (Gele Rivier), de Salween en de Mekong.

Het noordwesten van China bestaat ook uit hoogvlaktes, maar daar varieert de hoogte van 1000 tot 2000 meter. Deze vlaktes worden onderbroken door het Tien Shan-gebergte dat scherpe tegenstellingen kent. In het westen reiken de toppen tot boven 7000 meter; in het oosten bij de stad Turpan ligt een diepe scheur in de aardkorst waar het laagste punt van China ligt (154 m onder zeeniveau). Naar het oosten toe gaan de hoogvlaktes over in de Gobiwoestijn, die zich uitstrekt tot vlak bij de Chinese hoofdstad Peking.

Peking ligt in een laagvlakte, de uitgestrekte delta van de grote rivieren Jangtsekiang en Huang He. Het is het vruchtbaarste en dichtstbevolkte deel van China met uitgestrekte landbouwgebieden, maar ook vele miljoenensteden. Ook het uiterste noordoosten van China is een laagvlakte, die vroeger de Vlakte van Mantsjoerije werd genoemd.

Centraal in het land ligt het Qinling-gebergte dat niet zo hoog is, maar een uiterst belangrijke rol speelt. Het vormt niet alleen de scheiding tussen de stroomgebieden van de Jangtsekiang en de Huang He, maar ook tussen verschillende klimaatzones: een noordelijk, koel China en een zuidelijk, warmer deel van het land. Dat zuidelijke deel bestaat ook uit heuvels en lage bergen die naar het westen steeds hoger worden. De zuidoostkust van China bestaat uit grillige rotsen. Die zogeheten gelede kust begint al even ten zuiden van Sjanghai en loopt over honderden kilometers door tot de grens met Vietnam. Hainan Dao is een groot Chinees eiland dat in het uiterste zuiden voor de kust ligt, ten oosten van Vietnam.

Frits Mulder, Taal en tekst.