Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

Het Han-Rijk viel uit elkaar doordat de zuidelijke regio’s zich economisch ontwikkelden en zich machtig genoeg voelden om opstanden te organiseren. Pas in 618 n. Chr. werd China weer verenigd onder de Tang-dynastie. Die dynastie breidde het grondgebied uit, onder meer met het Koreaanse schiereiland.

De Tang werden opgevolgd door de Song-dynastie, die overigens vooral in het zuiden van China de macht in handen had. Onder de Song-keizers werd een revolutionair nieuw systeem ingevoerd: papiergeld.

De Song-dynastie werd bedreigd door "barbaarse" invallen vanuit het noorden: eerst de Jin-Tartaren, gevolgd door de Mongolen. Deze laatsten wisten onder de legendarische leiding van Dzjengis Khan heel China te veroveren. Tijdens het bewind van zijn kleinzoon – Koebilai Khan – waren er veelvuldige buitenlandse contacten. De bekendste Westerse bezoeker was de koopman Marco Polo uit Venetië, in 1271.

De Mongolen konden maar moeizaam invloed uitoefenen op de Chinezen in het zuiden en daar ontstond dan ook het verzet tegen hun overheersing. De leider van de Ming-dynastie, Zhu Yuanzhang, wist de Mongolen in 1368 te verdrijven.

Onder deze dynastie ontwikkelde China zich als zeevarende natie. Chinese konvooien voeren naar de Arabische wereld en de kusten van Oost-Afrika. Maar nog voor de komst van de Portugezen – halverwege de 16de eeuw – moesten de Chinezen hun zeeavonturen al weer opgeven. Het land was ernstig verzwakt door burgeroorlogen en nieuwe invallen van de Mongolen.

Ten noordoosten van China was inmiddels het Mantsjoe-Rijk ontstaan. Deze Mantsjoes trokken China binnen en stichtten de Qing-dynastie. Aanvankelijk bracht dit rust in China, maar vanaf 1860 kreeg de Qing-dynastie te maken met opstanden tegen de keizerlijke macht en tegen de groeiende invloed van buitenlanders. De belangrijkste was de "Opstand van de Hemelse Vrede" die bijna 20 jaar duurde.

[Vervolg: Geschiedenis 3]