Geschiedenis 3
[Vervolg van Geschiedenis 2]
In de laatste helft van de 19de eeuw werd China bestuurd door de keizerin-weduwe Ci Xi. Zij was fel gekant tegen hervormingen en liet haar zoon Kuang Hsu zelfs gevangen nemen, omdat hij zich bij de hervormingsgezinden aansloot. De buitenlanders hadden inmiddels wel veel aan invloed gewonnen en de zogeheten Bokseropstand van 1900-1901 werd dan ook neergeslagen door een gezamenlijke strijdmacht van Britten, Fransen, Amerikanen, Russen en Japanners.
De macht van China was intussen zover afgenomen dat Japan en Rusland aan het begin van de 19de eeuw strijd konden voeren om Mantsjoerijein het noordoosten.
Na een aantal opstanden kwam er onder leiding van Sun Yat-sen een einde aan het keizerrijk China. Op 1 januari 1912 riep hij de Republiek China uit. Sun Yat-sen wilde van het land een democratische staat op Westerse leest maken, maar hij werd gedwarsboomd door de aanvoerder van het keizerlijke leger, Yuan Shikai, die de eerste president werd. Na het overlijden van Yuan brak er in China een periode van anarchie aan, waarin diverse krijgsheren verschillende delen van China onder controle hadden. In het zuiden was Sun Yat-sen nog oppermachtig.
Onder invloed van de communistische machtsovername in Rusland werd in 1921 de Chinese Communistische Partij opgericht, die zich twee jaar later aansloot bij de Nationalistische Partij (of Kwomintang) van Sun Yat-sen en zijn naaste medewerker Chiang Kai-shek. Na de dood van Sun Yat-sen in 1925 voerde Chiang Kai-shek een rechtse koers. Hij installeerde een nationalistische regering in Nanjing (ten westen van Sjanghai) en verbood de Communistische Partij.
De communisten vluchtten naar het westen en trokken tijdens een zeer koude winter door de gebergten van Midden-China naar het noorden. Deze tocht onder leiding van Mao Zedong en Zhou Enlai zou bekend worden als "De Lange Mars".
Intussen breidde Japan zijn grondgebied uit en veroverde grote delen van China. In Japan hadden de communisten en nationalisten een gezamenlijke vijand. Nog belangrijker voor de groei van de Communistische Partij in China was, dat de Japanners met name de boerenbevolking met grove middelen onderdrukten. Daarop besloten veel boeren zich bij het (communistische) Volksbevrijdingsleger aan te sluiten.
Nadat Japan was verslagen kwamen de oude tegenstellingen tussen nationalisten en communisten weer naar boven. De burgeroorlog herleefde en in de herfst van 1949 waren de nationalisten vrijwel verslagen. Wat er nog over was van het Kwomintang-leger vluchtte naar het eiland Taiwan en stelde daar een nationalistische regering in. De communisten riepen op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uit.
Frits Mulder, Taal en tekst.
