Nanjing
Zoals Beijing "noordelijke hoofdstad" betekent, zo betekent Nanjing "zuidelijke hoofdstad". Op de plek waar nu Nanjing ligt, wonen al heel lang mensen. Er zijn overblijfselen gevonden van zo’n 6000 jaar oud.

De huidige stad is gesticht door de Ming-dynastie, die vestingwerken liet bouwen gefinancierd door rijke families van het platteland. De rijke boeren werden uitgenodigd door de keizer om muren, torens en andere gebouwen neer te zetten. Daarvoor in ruil kregen ze adellijke titels, aantrekkelijke baantjes of andere eerbewijzen.
Nanjing was hoofdstad van vele regionale dynastieën en tussen 1911 en 1949 was het de hoofdstad van heel China.
Nanjing ligt 260 km ten noordwesten van Sjanghai aan de brede Jangtsekiang-rivier. Hier werden de boten gebouwd waarmee admiraal Tsjeng He in de 15de eeuw grote zeereizen maakte. Deze boten waren 150 meter lang en 30 meter breed, destijds een wereldrecord. De admiraal voer onder meer naar Afrika. Zijn zeereizen staan centraal in het Nanjing Museum.
Een 4,5 km lange brug overspant de Jangtsekiang. Het is een dubbele brug (bovenste dek voor auto’s daaronder rijden treinen) die werd gebouwd in opdracht van Mao Zedong na zijn ruzie met de Sovjet-Unie (zie Moderne politiek). De Sovjets durfden de bouw niet aan, omdat de ondergrond te slap zou zijn. Daarop besloot Mao het dan maar zelf te doen. De brug is versierd met typisch socialistische beelden: arbeiders en boeren met gereedschap, soldaten met wapens en allemaal met het Rode Boekje in de hand.
Net buiten de oude stadsmuren ligt de Paarse Berg (Zijin Shan). Het is een enorm park met historische gebouwen en het mausoleum van Sun Yat-sen, de leider van de Kwomintang (zie Geschiedenis). Hij wordt gezien als de vader van het moderne China. Pas na zijn overlijden in 1925 was er sprake van verwijdering tussen de communisten en de nationalisten. Het graf ligt aan het einde van een brede trap met bordessen. Het mausoleum zelf is in de kleuren wit en lichtblauw, de kleuren van de Kwomintang.
Na de Eerste Opiumoorlog (zie bij Hongkong) werd in 1842 in Nanjing een vredesverdrag gesloten met de Britten. Dit verdrag was zeer nadelig voor de Chinezen: ze moesten boetes betalen en buitenlandse handel toestaan in onder meer Sjanghai en Guangzhou (Kanton).
In de Tweede Wereldoorlog was Nanjing het toneel van een van de bruutste optredens van de Japanse bezetters. In de winter van 1937/1938 werd de stad volledig geplunderd en grotendeels platgebrand. De bevolking werd uitgemoord, vele meisjes en vrouwen werden op brute wijze verkracht. Naar schatting zijn er bij deze massaslachting 300.000 burgers om het leven gebracht. Voor deze slachtoffers staat een monument in Nanjing, inclusief skeletten uit een opengelegd massagraf.
Frits Mulder, Taal en tekst.
