Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

De kooplieden waren woest over het verlies van afzetgebied en gaven de adel de schuld. Ze spanden samen met de geestelijkheid en de koning om de macht van de adel te breken. Dat lukte in 1660, toen het koningschap erfelijk werd verklaard; een jaar later kreeg de koning zelfs absolute macht.

Grootgrondbezit en horigheid

De boeren waren het kind van de rekening. Zij waren horigen, oftewel ze moesten op het land blijven dat vaak eigendom was van een grootgrondbezitter. Deze situatie was niet anders dan in veel andere delen van Europa, maar Denemarken heeft er vrij snel een eind aan gemaakt. De vooruitstrevende Deense minister Bernstorff schafte de horigheid al in 1788 af en vaardigde wetten uit tegen grootgrondbezit. Die wetten gelden nog steeds.

Onder koning Frederik V (1766-1808) bevoer Denemarken de wereldzeeën en stichtte kleine handelskoloniën in het Caraïbisch Gebied, Afrika en India. Grote koloniën heeft het land nooit gehad en deze kleine handelsposten deed Denemarken al voor de Tweede Wereldoorlog van de hand.

Tijdens de oorlogen van Napoleon koos Denemarken de kant van de Fransen. Dit omdat Engeland de Deense vloot had vernietigd en de verbinding met Noorwegen afsloot. Na de nederlaag van Napoleon moest Denemarken zwaar boeten voor zijn keuze. Noorwegen werd aan Zweden toegewezen en Helgoland aan Engeland.

Parlementaire democratie

Schildwacht voor het Koninklijk Paleis te KopenhagenIn wat er nog van Denemarken over was, groeide intussen een beweging om de macht van de Deense koning aan banden te leggen.

Dat leidde in 1849 tot een nieuwe grondwet die de weg baande voor een parlementaire democratie in Denemarken.

Die vooruitstrevende politiek verontrustte de rest van Europa en vooral de Duitse Bond maakte zich zorgen.

Een en ander leidde tot een oorlog om Sleeswijk-Holstein waar veel Denen woonden, maar dat bij de Duitse Bond hoorde. Ook die oorlog verloor Denemarken.

Intussen had Noorwegen zich losgemaakt van Zweden en een Deense prins, Haakon VII, tot koning uitgeroepen. Na een volksstemming in 1920 kwam een deel van Sleeswijk bij Denemarken.

Midden in de crisistijd, in 1933, voerde de socialistische Deense regering een sociaal verzekeringssysteem door, op dat moment het beste ter wereld. Het legde de basis voor de Deense verzorgingsstaat. Tegelijkertijd werd het leger sterk ingekrompen. De Denen boden dan ook weinig weerstand toen de Duitsers het land in 1940 binnenvielen.

Frits Mulder, Taal en tekst.