Kopenhagen
De Denen noemen hun hoofdstad København, wat koopmanshaven betekent. Het is de enige miljoenenstad van het land met – inclusief de voorsteden – 1,3 miljoen inwoners. Dat betekent dat bijna een op de vier Denen in of bij de hoofdstad woont.Kopenhagen werd in 1445 de hoofdstad van Denemarken. Bijna dertig jaar eerder was de stad al de koninklijke residentie geworden.
Het ruim opgezette stratenplan is het resultaat van twee grote branden die Kopenhagen teisterden, in 1728 en 1795. Daardoor zijn er betrekkelijk weinig smalle straatjes en gebouwen over van voor die tijd. De Beurs in Hollandse renaissancestijl heeft de branden wel overleefd, evenals het barokke patriciërshuis aan de Amagertorv, waarin tegenwoordig de koninklijke porseleinfabriek haar waren aan de man brengt.

Tot de belangrijkste musea behoort de Ny Carlsberg Glyptotek. Hier vind je de grootste collectie Franse beeldhouwwerken buiten Frankrijk. Eind 18de eeuw is dit museum begonnen als de privé-verzameling van Carl Jacobsen, de oprichter van de Carlsberg bierbrouwerij.
Het Nationaal Museum heeft een interessante collectie etnografische voorwerpen. In de tuin staat een kopie van de Steen van Jelling met een afbeelding van Christus omgeven door Vikingsymbolen. Het origineel van de steen dateert uit omstreeks 980 en is te kwetsbaar voor openbare tentoonstelling.
Classicistische beeldhouwkunst staat centraal in het Thorvaldsen Museum. Liefhebbers van Deens industrieel ontwerp en toegepaste kunst gaan naar het Dansk Arkitekturcenter, waar – zoals de naam al zegt – ook aandacht is voor moderne architectuur.
Midden in de stad ligt het koninklijk paleis Amalienborg uit de 18de eeuw. Eigenlijk was het de bedoeling dat de koning met zijn gezin zou verhuizen naar Christiansborg op het eilandje Slotsholmen. Toen dit nieuwe kasteel in 1916 werd opgeleverd, had de koninklijke familie geen zin om uit het centrum van Kopenhagen te vertrekken. Christiansborg is nu de zetel van de Deense regering.
"Vrijstaat Christiania"
Sinds 1971 kent Kopenhagen een officiële hippiewijk, de "Vrijstaat Christiania". Die ontstond doordat jongeren zich verzetten tegen de afbraak van oude kazernes en de leegstaande panden in bezit namen. In het begin waren er voortdurend problemen met de overheid onder meer in verband met drugs.De laatste jaren was het rustiger, maar in 2004 was er opeens weer een politie-actie tegen de drugshandel in Christiania. Volgens de bewoners zelf wil de Deense regering de vrijstaat ontmantelen om op het terrein dure appartementen te kunnen bouwen.
Kopenhagen biedt uitgebreide mogelijkheden om uit te gaan. Naast de "gewone" bars en restaurants zijn er vele clubs met live muziek: jazz, blues en ook klassiek.
Shoppers kunnen hun hart ophalen in de Strøget, de 2 kilometer lange winkelstraat van Kopenhagen. Tussen de winkels zitten ook enkele restaurants, zodat er ’s avonds ook nog wat publiek loopt.
Tivoli wordt door mensen die er nooit geweest zijn vaak versleten voor een pretpark, maar het is veel meer dan dat. Natuurlijk wemelt het er van de – soms spectaculaire – attracties, maar Tivoli heeft ook een concertzaal, theaters, restaurants en discotheken.
Frits Mulder, Taal en tekst.
