Duitsland voor beginners: Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

In het begin van de 18e eeuw werd het keurvorstendom Brandenburg de belangrijkste protestantse staat. Keurvorst Frederik gaf zijn staat een nieuwe naam en status: het werd omgedoopt tot het koninkrijk Pruisen. Frederik zelf werd koning. Zijn opvolger, Frederik de Grote, breidde het grondgebied, de macht en de invloed van Pruisen verder uit.

Daaraan kwam een voorlopig einde door de opkomst van de Franse keizer Napoleon. Hij veroverde Pruisen en Oostenrijk, maar de bezetting duurde niet lang. Samen met Engeland en Rusland bestreed Pruisen de macht van Napoleon, wat leidde tot de ondergang van de Franse keizer in de Slag bij Waterloo.

Bij het Congres van Wenen (1815) kreeg Pruisen grote gebieden in het westen en oosten van Duitsland toegewezen. Van de overige Duitse staatjes bleven er nog 33 over en 4 vrije steden. Samen met Pruisen vormden die de Duitse Bond.

In 1862 werd Otto Bismarck premier van Pruisen. Hij zou er —uiteindelijk— in slagen de Duitse eenheid te bewerkstelligen. Aanvankelijk leek het daar niet op, omdat de Duitse Bond uiteenviel in een Noord-Duitse Bond en een Zuid-Duitse Bond.

Na de Pruisische oorlog tegen Frankrijk in 1870 sloten de beide bonden zich aaneen tot het Tweede Duitse Keizerrijk met Wilhelm I als staatshoofd. De verschillende Duitse vorsten bleven op hun troon, maar voortaan waren alle staten en staatjes binnen het keizerrijk vertegenwoordigd in het parlement in Berlijn, de Rijksdag.

Duitsland beleefde een periode van grote bloei. Het veranderde van een agrarische in een industriële samenleving en het keizerrijk veroverde koloniën in Afrika (Kameroen, Namibië, Tanzania) en het Verre Oosten (delen van Nieuw-Guinea en de Marshalleilanden).

Wilhelm II streefde een sterk imperialistische politiek na en bouwde aan een krachtig militair apparaat. Deze opstelling leidde tot internationale spanningen, waarbij Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland elkaar bijstand beloofden in geval van oorlog. Duitsland ging een verbond aan met de zogeheten "dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije" en met Italië.

De moordaanslag op de Oostenrijkse troonopvolger, aartshertog Franz Ferdinand, in Sarajevo op 28 juni 1914 (zie: geschiedenis van Oostenrijk) was de vonk in het kruidvat die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.

De oorlog verliep voor Duitsland desastreus. In 1918 werden de Duitsers definitief verslagen en kwam er een einde aan de Duitse monarchie.

Bij de Vrede van Versailles moest het land grote gebieden afstaan. Met name het verlies van Oost-Pruisen aan Polen werd door de Duitsers als hoogst vernederend ervaren. Ook moest Duitsland afstand doen van alle koloniën en werd het gedwongen tot forse herstelbetalingen.

[Vervolg: Geschiedenis 3]