Abu Simbel

De rotstempel van Abu Simbel staat niet meer op de oorspronkelijke plaats. Door de aanleg van de Aswan-dam dreigde het bouwwerk onder water te komen. Dankzij internationale samenwerking is dat voorkomen.

De tempel werd in stukken gezaagd en 180 meter verder landinwaarts op hogere grond weer opgebouwd. Om de indruk van een rotstempel te behouden, werd aan de achterkant een betonnen koepel geplaatst.

Tempel van Abu Simbel

De tempel werd gebouwd in opdracht van farao Ramses II om daarmee zijn grootsheid te onderstrepen. Ramses II wordt niet voor niets ook wel de Egyptische Lodewijk XIV genoemd.

Tegen de achterste muur staan vier beelden. Het gebouw is zo geplaatst dat drie van die beelden twee keer per jaar worden beschenen door de opkomende zon. Dat gebeurt op 22 februari en op 22 oktober. Alleen de god van de duisternis (Ptah) wordt niet beschenen.

De voorkant van de tempel wordt gesierd door vier enorme beelden van Ramses II. Boven de ingang staat een beeld van de zonnegod Re (ook wel: Ra) met op zijn valkenkop de zonneschijf.

Ook een kleinere tempel werd gered van het water. Deze tempel is gewijd aan de godin Hathor en gebouwd voor Ramses’ vrouw, koningin Nefertari.

De meeste toeristen gaan naar Abu Simbel per vliegtuig vanuit Aswan, maar het is ook mogelijk per bus te reizen.

Frits Mulder, Taal en tekst.