Caïro
De hoofdstad van Egypte werd gesticht in 969 onder de naam Al-Qahirah ("de overwinnende").Bij een eerste aanblik geeft de stad de indruk van een wriemelende mierenhoop. Inclusief de voorsteden wonen er 20 miljoen mensen in een relatief klein gebied.
Volgens planologen zou de stad eigenlijk vier maal meer ruimte nodig hebben.

Caïro was lange tijd het centrum van de islamitische wereld, zeker na de stichting van de beroemde Al-Azhar universiteit in 988. De universiteit is nog steeds een gezaghebbend instituut in de Arabische wereld.
Oorspronkelijk had het ommuurde oud-Caïro acht toegangspoorten. Daar zijn er nog drie van over: Bab al-Foutouh, Bab al-Nasr en Bab Zoueila.
In het centrum van de stad ligt het Tahrir Plein. Daar vind je onder meer het Egyptisch Museum met een grote collectie Egyptische oudheden. Zo zijn de gouden sarcofaag en andere kunstschatten uit het graf van de jong gestorven farao Toetanchamon er te zien.
De Citadel is een complex met moskeeën, musea en een fort. Rondslenteren over de vele markten in een volkswijk geeft een goede indruk van het dagelijks leven. Een boottochtje over de Nijl verlost je even van de drukte in de stad.
In een zuidelijke buitenwijk ligt de Dodenstad. Oorspronkelijk een uitgestrekte begraafplaats, waar rijke families huizen bouwden als graf voor hun overleden verwanten. Tegenwoordig zijn de graven in gebruik als gewone woonhuizen.
Tijdens de islamitische vastenmaand Ramadan zie je een bijzonder fenomeen in Caïro. Zoals altijd zijn de straten vol drukte, met veel auto’s, mensen en lawaai. Maar als de zon ondergaat en er dus weer gegeten mag worden, lijkt het wel of van het ene op het andere moment de straten leeg zijn en de Egyptenaren achter hun kopje soep zitten. Het is een raadsel hoe de straten zó snel verlaten kunnen zijn.
Frits Mulder, Taal en tekst.
