Politiek 2

Menachem Begin (linksboven) en Anwar Sadat (rechtsonder)Het zogeheten "Camp David Akkoord" van 17 september 1978 voorzag in de geleidelijke terugtrekking van Israël uit de Sinaï.

Sadat werd door het Westen gezien als vredesduif, maar de Arabische landen waren woedend.

Egypte werd geschorst als lid van de Arabische Liga en kwam in een isolement terecht.

Ook in Egypte zelf was er verzet tegen de politiek van Sadat. De president werd in 1981 vermoord door radicaal-islamitische militairen.

Zijn opvolger, Hosni Moebarak, is er langzaam maar zeker in geslaagd de betrekkingen met de Arabische landen te verbeteren.

In 1987 hadden de meeste Arabische landen hun contacten met Egypte hersteld. Twee jaar later werd het land weer toegelaten tot de Arabische Liga. Sterker, het hoofdkantoor van de Liga verhuisde terug naar Caïro.

Radicale islamieten zetten hun campagne voort om van Egypte een fundamentalistische staat te maken. De groep al-Gama`a al-Islamîyya pleegde verscheidene aanslagen, onder andere gericht tegen toeristen.

In 1997 kwamen bij een aanslag in Luxor 58 toeristen om het leven. Daardoor zakte de toeristenstroom in, een belangrijke inkomstenbron voor Egypte. De regering trad hard op tegen fundamentalisten en het toerisme veerde weer op.

Na zeven jaar rust raakte Egypte opnieuw in de greep van gewelddadige acties. In oktober 2004 werd de toeristenplaats Taba doelwit van een aanslag. Een half jaar later ontploften er bommen in de oude wijk van Caïro en bij het Egyptisch Museum. En in juli 2005 werd een andere toeristenplaats, Sharm-el-Sheikh, opgeschrikt door zelfmoordaanslagen.

Frits Mulder, Taal en tekst.