Ålandeilanden
Ten zuidwesten van het vasteland, voor de kust bij Turku, liggen duizenden eilanden. Het westelijke deel van deze archipel bestaat uit de Ålandeilanden (Fins: Ahvenanmaa) die zeer strategisch liggen: ze sluiten de Botnische Golf af van de Oostzee.

Deze eilanden hebben een sterk Zweeds karakter. Na de onafhankelijkheid van Finland in 1917 (zie Geschiedenis) wilden de Ålanders het liefst aansluiting bij Zweden, maar de Volkenbond besliste anders. In 1921 werden de eilanden aan Finland toegewezen. Wel hebben de eilanden een grote mate van autonomie.
De Russische tsaar Alexander II stichtte in 1861 op het hoofdeiland de havenplaats Mariehamn, genoemd naar zijn vrouw Maria Alexandrovna. Een van de grootste attracties is het maritiem museum aan de westelijke haven, waar onder meer de imposante viermaster Pommern te bekijken is. Dit schip werd gebouwd in 1903 en tot de Tweede Wereldoorlog werd er graan mee vervoerd van Australië naar steden in Groot-Brittannië.
In de oostelijke haven ligt het Nederlandse stoomschip Jan Nieveen, dat vroeger dienst deed als veerboot over het IJsselmeer tussen Amsterdam en Lemmer. Nu is het een restaurant en de naam is veranderd in F.P. von Knorring.
Overblijfselen Vikingtijd
Op de Ålandeilanden zijn talrijke overblijfselen uit de Vikingtijd gevonden. Zo zijn er grafheuvels ontdekt bij Jettböle en Grytverksnäset, en is de complete Vikingvesting Borgboda blootgelegd. Daarnaast staan verspreid over de eilanden oude kerkjes. Symbool voor de strategische ligging van de eilanden is de ruïne van het Russische fort bij Sålis Batteriberg.
Door de Warme Golfstroom is het klimaat op de eilanden milder dan in Finland en Zweden en is er een zeer gevarieerde flora en fauna.
De aparte status van de Ålandeilanden trekt ook veel toeristen: cruiseschepen doen de haven van Mariehamn aan om de passagiers de gelegenheid te geven er goedkoop tabak en alcoholische dranken in te slaan. In Zweden en Finland zijn die artikelen peperduur, in Åland zijn ze belastingvrij.
Frits Mulder, Taal en tekst.
