Geschiedenis 1
De Saami (Lappen) vormen de oorspronkelijke bevolking van Finland. De Finnen zijn afkomstig uit wat nu Estland is. Rond het begin van onze jaartelling staken ze de Finse Golf over en vestigden zich in het zuiden van het land. Aanvankelijk joegen ze op pelsdieren, maar later gingen ze landbouw bedrijven. In de 8ste eeuw hadden de Finnen zich verspreid over drie gebieden: Suomi in het zuidwesten, Häme in het midden en Karelië in het oosten.
In de 12de eeuw organiseerde de Zweedse koning Erik IX een reeks kruistochten tegen de heidense Finnen. De bedoeling daarvan was niet alleen om de Finnen te bekeren tot het christendom, maar vooral ook om de Zweedse handelsbelangen veilig te stellen.
De Russen namen dat niet en Zweden en Rusland vochten om de controle over Finland. Zweden won uiteindelijk en in 1362 werd Finland een Zweedse provincie. De Russen ondernamen nog diverse pogingen om delen van Finland in handen te krijgen. In 1721 veroverden de Russen Karelië en ruim twintig jaar later werd opnieuw een deel van Finland bij Rusland ingelijfd.
Bij de vrede van Frederikshamn in 1809 kreeg Rusland heel Finland in handen. Het werd een groothertogdom binnen het Russische Rijk. De Russische tsaar was tegelijk groothertog van Finland. De Finnen waren daar in het geheel niet rouwig om, want ze waren de eeuwenlange Zweedse overheersing meer dan zat.
Finland streefde naar zo veel mogelijk zelfbestuur onder de bescherming van Rusland. Het land was nauw met Rusland verbonden, maar had wel een eigen regering. In 1812 werd de hoofdstad verplaatst van Turku naar Helsinki. Dat had twee redenen: Turku werd als "te Zweeds" beschouwd en bovendien lag Helsinki centraler.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
