Moderne politiek 2
[Vervolg van Politiek 1]
Kekkonen was een belangrijke man voor Finland. Hij zat al in het kabinet van Paasikivi en was van 1956 tot 1981 onafgebroken president. Samen met Paasikivi was hij de architect van de neutrale politiek van Finland en de vriendelijke houding tegenover de Sovjet-Unie. Ook maakte hij zich sterk voor een Europese Veiligheidsconferentie.
De besprekingen daarover begonnen in 1973 en werden twee jaar later afgerond met de ondertekening van de zogeheten Helsinki-akkoorden. Op 1 augustus van dat jaar zaten de Amerikaanse president Gerald Ford en de Russische partijleider Leonid Brezjnev aan één tafel, samen met de staatshoofden van 33 andere landen. Hieruit is de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) voortgekomen. Ook de besprekingen tussen de VS en de USSR over ontwapening vonden gedeeltelijk plaats in Helsinki.
In 1985 dreigde er een scheuring in de Finse communistische partij die de Moskou-getrouwen uit de partij wilde gooien. De Sovjet-Unie waarschuwde dat dit niet zonder gevolgen zou blijven. Toen de scheuring een jaar later een feit was, gebeurde er niets: in Moskou was inmiddels de "verlichte" Gorbatsjov aan de macht.
Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 konden de Finnen opgelucht ademhalen. Maar die gebeurtenis had ook een keerzijde: Finland was zo lang afhankelijk geweest van de Sovjet-Unie dat het economisch in een crisis terechtkwam. Daar is het land opmerkelijk snel van hersteld (zie verder bij Economie).
Finland zocht onmiddellijk aansluiting bij de rest van Europa. In 1995 werd het land lid van de Europese Unie en in 2002 werd de euro als betaalmiddel ingevoerd.
Frits Mulder, Taal en tekst.
