Franse politiek tot 1990

De politiek van Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog wordt gedomineerd door het verlies van de koloniale gebieden en het streven naar een verenigd Europa. Daarmee wilde Frankrijk niet alleen (West-)Duitsland onder controle krijgen, maar ook de invloed van de Verenigde Staten terugdringen.

Na de oorlog werd in 1946 een nieuwe grondwet aangenomen en de Vierde Republiek ingesteld. De macht van het parlement werd fors uitgebreid, ten koste van de macht van de president. Dit tot ongenoegen van Charles de Gaulle, die zich (naar later bleek, tijdelijk) terugtrok uit het openbare leven.

Het was een onrustige periode, waarin regeringen niet lang stand hielden en nationalisten in de koloniale gebieden zich begonnen te roeren. Als eerste was dat het geval in Indochina (tegenwoordig: Vietnam, Laos en Cambodja).

De Fransen leden een gevoelige nederlaag bij het Vietnamese Dien Bien Phu en hadden geen andere keus dan een wapenstilstand te sluiten. In 1954 werd Vietnam opgedeeld in (communistisch) Noord-Vietnam en (kapitalistisch) Zuid-Vietnam.

In datzelfde jaar begon het Algerijnse verzet tegen de Franse overheersing. De regering in Parijs stuurde een half miljoen militairen naar Algerije om het verzet de kop in te drukken.

Ook in de buurlanden Marokko en Tunesië groeide de weerstand tegen de Fransen. Die landen kregen daarom in 1956 onafhankelijkheid, gevolgd door andere landen in Afrika. In 1961 waren vrijwel alle Franse koloniën in Afrika onafhankelijk.

Algerije was een ander verhaal: Frankrijk zag het als een integraal onderdeel van de Franse Republiek met bovendien interessante mogelijkheden (er was olie ontdekt in de zuidelijke woestijn).

De chaos leidde tot de roep om een sterke man: generaal De Gaulle, die in 1959 werd uitgeroepen tot president van de Vijfde Republiek met bijna dictatoriale bevoegdheden. Toch kon ook hij de onrust in Algerije niet beteugelen. In 1962 werd het land onafhankelijk, na een bloedige koloniale oorlog.

Vervolgens richtte De Gaulle zijn aandacht op Europa. Dat moest in zijn ogen een groot, verenigd gebied worden van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral.

De invloed van de Verenigde Staten was hem een doorn in het oog. Daarom onttrok hij in 1966 de Franse troepen aan het gezag van de NAVO. Frankrijk bleef wel lid van dit militaire bondgenootschap, maar het maakte geen deel meer uit van de militaire structuur.

In 1969 werd De Gaulle opgevolgd door Georges Pompidou, die in de buitenlandse politiek wat minder rechtlijnig dacht. Zo kon Groot-Brittannië lid worden van de EEG (dit was door De Gaulle tot tweemaal toe geblokkeerd).

Na de dood van Pompidou werd Valérie Giscard d’Estaing in 1974 tot president gekozen. Hij won op het nippertje van de socialist François Mitterrand.

Na afloop van de ambtstermijn van Giscard wist Mitterrand in 1981 alsnog de presidentsverkiezingen te winnen. Hij begon onmiddellijk met de inlossing van socialistische beloftes, zoals de nationalisering van belangrijke economische sectoren.

In 1986 waren er parlementsverkiezingen en dat leidde tot een unicum in Frankrijk: de conservatieven onder leiding van Jacques Chirac wonnen de verkiezingen, maar de ambtstermijn van Mitterrand was nog niet afgelopen.

Zo ontstond de zogenoemde "cohabitation": een socialistische president met een conservatieve premier. Chirac draaide een aantal maatregelen van de socialisten terug. Zo werden genationaliseerde ondernemingen geprivatiseerd.

Bij de presidentsverkiezingen van 1988 bleek dat de cohabitation in het nadeel had gewerkt van Chirac. Mitterrand won met een verrassend grote meerderheid en er kwam opnieuw een socialistische regering.

Mitterrand leed aan een ongeneeslijke vorm van prostaatkanker. Hij wist dat al in 1981 (het jaar van zijn verkiezing). Mitterrand was in staat zijn tweede ambtstermijn van zeven jaar uit te dienen, maar overleed acht maanden na de overdracht van het presidentschap aan Jacques Chirac.

Mitterrand, met zijn "vorstelijke" trekjes, bereikte een bijna mythische status. Veel Fransen zien hem nog steeds als een van de grootste staatsmannen van de vorige eeuw.

[Vervolg: Politiek vanaf 1990]