Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

In 1867 kreeg Hongarije een eigen regering en werd het land een gelijkwaardig deel van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (zie: geschiedenis van Oostenrijk).

De dubbelmonarchie viel na de Eerste Wereldoorlog uiteen en Hongarije werd korte tijd een communistische volksrepubliek.

Bij het Verdrag van Trianon (1920) werden grote delen van Hongarije toegewezen aan omringende landen. De communistische leider Béla Kun werd in 1921 ten val gebracht.

Hongarije werd opnieuw een koninkrijk, maar zonder koning. De koning mocht niet terugkomen en admiraal Miklós Horthy werd aangesteld als regent.

Het kortstondige experiment van Béla Kun had een grote invloed op het politieke klimaat tussen de wereldoorlogen. De communistische partij werd verboden en de activiteiten van de socialistische partij werden beperkt.

Hongarije verzette zich tegen het gebiedsverlies na de Eerste Wereldoorlog en zocht aansluiting bij Duitsland. In 1939 mocht het land van de Duitsers Slowakije annexeren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond Hongarije dan ook aan de kant van Hitler-Duitsland. In 1945 werd het bevrijd door het Rode Leger van de Sovjet-Unie en dat luidde ruim 40 jaar communisme in.

Overigens voer Hongarije binnen het communistische Oostblok altijd een eigenzinnige koers; daarover meer in Moderne politiek.

Frits Mulder, Taal en tekst.