Volk en cultuur 1
Hongaars is letterlijk en figuurlijk een vreemde taal. Het heeft geen enkel verband met de omringende Germaanse, Slavische of Romaanse talen. Hongaars behoort tot de Finoegrische talen, die ook in Finland, Estland, Lapland en in het gebied van de Oeral worden gesproken.Fins, Ests en Laps hebben dus een verwantschap met Hongaars, maar niet zo sterk dat de Hongaren de Finnen kunnen verstaan.
De meeste inwoners van Hongarije hebben dat Hongaars als moedertaal, maar er zijn vele etnische minderheden: Duitsers, Slovaken, Roemenen, Kroaten, Serviërs, Slovenen, Polen, Grieken, Armeniërs en Bulgaren.
Ook is er een grote groep zigeuners (Roma). Hun aantal wordt geschat op ongeveer 500.000. De Roma hebben het zwaar, ze worden vaak gediscrimineerd.
Veel Hongaren leven niet in Hongarije, maar in de buurlanden Roemenië, Slowakije, Oekraïne en Servië. Ook zijn er grote Hongaarse gemeenschappen in de Verenigde Staten en in Canada.
Hongaren zijn trots op hun land, volk en cultuur. Een tikje chauvinistisch zelfs. Ze zijn streng voor zichzelf en nemen het leven doorgaans zwaar op. Zelfs als ze dansen of zingen doen ze dat ernstig, een lachje kan er niet af.
Lachen is überhaupt verdacht: “Als iemand lachend op je afkomt, wil hij je iets verkopen” is de heersende opvatting.
Het leven is een ernstige zaak, een lied ook, de dans ook.
[Vervolg: Volk en cultuur 2]
