Dublin
De hoofdstad van de Republiek Ierland ligt aan de oostkust, waar de rivier de Liffey uitmondt in de Ierse Zee. De stad zelf heeft een half miljoen inwoners, maar in Greater Dublin wonen anderhalf miljoen mensen. Die bevolking is heel jong, zeker voor een Europese stad: ongeveer de helft van de Dubliners is jonger dan 25 jaar.
De Liffey verdeelt de stad in een noordelijk en een zuidelijk deel. Aan de zuidoever van de rivier vind je het oudste Dublin, de noordoever werd "pas" in de 18de eeuw bebouwd. Hardnekkig is het stigma dat Noord-Dublin het "arme" deel is en Zuid-Dublin het "rijke". Dat is onzin, want aan de noordoever vind je – naast inderdaad traditionele arbeiderswijken – ook zeer welvarende buurten en andersom. Zo staat het paleis van de Ierse president aan de noordoever van de Liffey.
In het oude centrum aan de zuidoever staat Dublin Castle, maar er is weinig meer over van het origineel uit de 13de eeuw. Van het oorspronkelijke gebouw is alleen het hoogste punt, de Record Tower, over, maar ook die toren werd verscheidene malen verbouwd. Dit kasteel werd gesticht door de Anglo-Normandiërs en als symbool van de Engelse overheersing is het een wonder dat het er nog staat.
Christ Church Cathedral is het oudste gebouw van Dublin. De kerk werd in de 12de eeuw gebouwd op de plaats van een oude Vikingkerk in opdracht van veroveraar Strongbow. Behalve de kerk zelf is er een tentoonstelling te bezichtigen over Dublin tijdens de middeleeuwen. De grootste kerk is St. Patrick’s Cathedral die niet veel later werd gebouwd. Beide kerken werden overigens in de 19de eeuw ingrijpend verbouwd, waardoor ze een voornamelijk Victoriaanse uitstraling hebben.
Dublin heeft een groot aantal interessante musea en galeries. De grootste schilderijenverzameling hangt in de National Gallery. De zogeheten Ierse School is hier ruim vertegenwoordigd, maar er hangen ook werken van meesters uit andere Europese landen. Moderne kunstwerken vind je in het Irish Museum of Modern Art.

Trinity College is de oudste universiteit van Ierland. Oorspronkelijk was het een protestantse universiteit, gesticht in 1592 door koningin Elisabeth I. De grootste trekpleister is de bibliotheek (Old Library) met het Book of Kells: de vier evangeliën, maar bijzonder fraai geïllustreerd.
Vrijwel iedere bezoeker van Dublin steekt minstens één keer de Liffey over via de Ha’penny Bridge, een gietijzeren voetgangersbrug. De naam heeft te maken met de tol die er vroeger geheven werd: een halve penny. Die brug leidt naar de uitgaanswijk van de stad, de Temple Bar Area. Het is vooral het domein van (Engelse) toeristen; Dubliners zelf zullen meestal ergens anders hun pintje drinken.
Er is geen gebrek aan winkels in Dublin. Een van de aardigste winkelcentra is Powerscourt Centre. Dat is gehuisvest in de voormalige, wat groot uitgevallen woning van Lord Powerscourt. In Dury Street is een grote overdekte markt, waar vooral antiek en tweedehands kleding wordt verhandeld.
Voor de liefhebbers van Guinness mag een bezoek aan het Guinness Storehouse niet ontbreken. Je ziet er niet alleen hoe dit bier wordt gebrouwen, maar je mag er uiteraard ook van proeven en vanuit de Gravity Bar heb je een mooi uitzicht over Dublin.
Frits Mulder, Taal en tekst.
