Geschiedenis 2
[Vervolg van Geschiedenis 1]
Terwijl Engeland industrialiseerde, bleef Ierland een agrarisch land van kleine pachtboeren. Tussen 1845 en 1849 mislukten drie aardappeloogsten, waardoor er grote hongersnood ontstond. Zeker een miljoen Ieren stierf van de honger. Tegelijkertijd kwam er een tweede, grotere emigratiegolf op gang. Nog eens een miljoen Ieren verwisselden hun uitzichtloze bestaan in Ierland voor een leven in Amerika of Australië.
Het verzet tegen de Engelsen bleef groeien. In 1912 nam het Britse Lagerhuis een wet aan die heel Ierland zelfbestuur zou geven, maar die wet werd niet door het Hogerhuis bekrachtigd. Intussen richtten de protestanten in Ulster een eigen leger op. Daarop werd in Ierland gereageerd door katholieke legertjes op te richten.
Het land leek rechtstreeks af te stevenen op een burgeroorlog. Dat gebeurde niet, omdat in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Tienduizenden Ieren vochten met de Engelsen mee tegen de Duitsers, maar er was in Ierland ook veel verzet tegen deelname aan de oorlog. Op Paasmaandag in 1916 bezetten katholieke militaire groepen een aantal panden in Dublin. Ze riepen de Ierse Republiek uit, maar deze Paasopstand werd al na zes dagen door de Engelsen neergeslagen.
Vlak na de oorlog won de nationalistische katholieke partij Sinn Féin overtuigend de Ierse verkiezingen. Sinn Féin kreeg 73 zetels, de protestantse Unionisten slechts 29. In die jaren pleegde de Irish Republican Army (IRA) de eerste aanslagen op Britse bezittingen. Tegelijkertijd begon Sinn Féin onderhandelingen met de Britten. Dit leidde in 1921 tot een verdrag en de oprichting van de Ierse Vrijstaat binnen het Britse Gemenebest.
Het noorden van het eiland bleef bij Groot-Brittannië horen. Daarop brak een strijd uit tussen Ieren die voorstanders waren van het verdrag en Ieren die streefden naar een verenigd Ierland. Éamon de Valera stapte uit Sinn Féin en richtte een eigen partij op, Fianna Fáil. Die partij won de verkiezingen in 1932. De Valera werd premier en hij zou dat blijven tot 1948.
(Zie verder: Moderne politiek)
Frits Mulder, Taal en tekst.
