Moderne politiek 1
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Ierland neutraal. Overigens verleende het land wel bepaalde diensten aan de geallieerden. Zo vochten enkele tienduizenden Ieren mee tegen de Duitsers en werd de datum van de geallieerde landing op de Normandische kust (D-Day) bepaald met behulp van de Ierse meteorologische dienst.
Bij de verkiezingen van 1948 nam John Costello het roer over van Éamon de Valera. Costello verbrak onmiddellijk alle banden met Groot-Brittannië. Hij stapte uit het Britse Gemenebest en riep Ierland uit tot een onafhankelijke republiek. De Valera en Costello zouden tot 1959 steeds afwisselend premier zijn.
In 1959 trad premier Sean Lemass aan, die vergaande economische hervormingen doorvoerde. Ierland was nog steeds een straatarm land, het armste land van West-Europa. Met gunstige voorwaarden en lage belastingen werden buitenlandse bedrijven aangetrokken. Ook zocht Lemass aansluiting bij de Europese Unie, maar omdat de Ierse economie grotendeels afhankelijk was van de handel met Groot-Brittannië kon dat pas toen dat land ook toetrad (zie verder bij Economie).
De Noord-Ierse kwestie bleef de politiek bepalen en doet dat nog steeds. In 1969 kwamen de twisten tussen de katholieke nationalisten en de protestantse Unionisten tot een uitbarsting met rellen op grote schaal in Belfast. Groot-Brittannië stuurde in reactie militairen naar Noord-Ierland.
Op 30 januari 1972 volgde een zwarte dag voor de katholieken. Tijdens een vreedzame demonstratie van de Northern Ireland Civil Rights Association schoot het Britse leger 26 mensen dood. Deze dag staat sindsdien bekend als "Bloody Sunday" (bezongen door de Ierse rockband U2 in hun wereldhit Sunday Bloody Sunday). Op 21 juli in hetzelfde jaar nam de IRA wraak: er ontploften 26 bommen in Belfast.
De IRA voerde de aanslagen op Britse doelen op waarbij duizenden mensen gedood werden of gewond raakten. Er waren niet alleen aanslagen in Noord-Ierland, maar ook in Britse steden en op het Europese vasteland. IRA-leden die gevangen waren genomen gingen tot twee keer toe (in 1976 en 1981) in hongerstaking, omdat ze niet werden erkend als politieke gevangenen.
[Vervolg: Politiek 2]
