Economie
Sinds de hervormingen in het begin van de jaren '90 (zie Moderne politiek) laat India een indrukwekkende economische groei zien. Alleen China heeft een nog grotere jaarlijkse gemiddelde groei. De opkomst van India is voor een belangrijk deel te danken aan de groei van de private sector, meestal gesteund door buitenlandse investeringen.
India is nog steeds voornamelijk een agrarisch land. Bijna 60% van de beroepsbevolking werkt in de landbouw en die sector draagt voor een kwart bij aan het nationaal product.
Het land exporteert landbouwproducten en heeft daarnaast een voedselverwerkende industrie.
Sinds de onafhankelijkheid voerde India een semi-socialistische politiek. De economie werd gestuurd met vijfjarenplannen, net zoals dat in de Sovjet-Unie gebeurde. Die economische planning bestaat nog steeds, maar speelt een steeds minder belangrijke rol. India heeft in de afgelopen jaren veel staatsbedrijven geprivatiseerd, wat overigens niet altijd zonder slag of stoot ging. In 2005 werd daarom voorlopig het programma van privatiseringen stilgelegd.
India beschikt over grote hoeveelheden steenkool en ijzererts. Daarom legde de regering na de onafhankelijkheid de nadruk op de zware industrie en dat is nog merkbaar.
Zo heeft het land een omvangrijke staalindustrie, met als bekendste voorbeeld het staalconcern Mittal. Sinds de overname van het Frans-Luxemburgse Arcelor is Mittal de grootste staalproducent ter wereld.
Ook de auto-industrie groeit als kool in India. De grootste Indiase autoproducent is Tata, dat begon met de fabricage van vrachtwagens maar inmiddels ook personenauto’s maakt. Vele buitenlandse automerken hebben fabrieken opgezet in India.

India heeft naam gemaakt als softwareproducent, vaak in opdracht van buitenlandse investeerders. De stad Bangalore en het gebied eromheen hebben zich ontwikkeld als de Indiase variant van Silicon Valley. Indiërs zijn goedkope arbeidskrachten, spreken uitstekend Engels en hebben een goede opleiding. Deze combinatie maakt dat grote producenten het ontwikkelen van software uitbesteden aan bedrijven in India.
Daarnaast zijn er vele zogeheten call centres. Klanten van bedrijven in Amerika of Europa worden telefonisch geholpen door een call centre-medewerker in India. Bijna een kwart van de Indiase beroepsbevolking werkt in de dienstverlening. Deze sector omvat ook financiële diensten en onderzoek.
De economische vooruitgang is lang niet voor alle Indiërs merkbaar. Er is een rijke toplaag ontstaan en ook de middenklasse is flink gegroeid, maar het overgrote deel van de bevolking leeft in bittere armoede. Die tegenstellingen kunnen op termijn een groot probleem vormen.
Armoedebestrijding gaat hand in hand met het terugdringen van de bevolkingsgroei. Vooral op het (arme) platteland krijgen vrouwen veel kinderen. Als de plattelandsbevolking ook gaat delen in het economische succes van India, zal de bevolkingsgroei ook afnemen.
De infrastructuur laat zwaar te wensen over. Het spoorwegnet is oud evenals de treinstellen, die ook nog eens overvol zijn. Wegen zijn alleen redelijk tot goed in en om grote steden.
Corruptie is een ander belangrijk struikelblok voor de verdere economische ontwikkeling van India. Voor overheidsdiensten moet vaak geld "onder de tafel" worden betaald. Het duurt bovendien lang voordat bedrijven noodzakelijke vergunningen krijgen en nog langer als een bedrijf niet genoeg smeergeld betaalt.
Toerisme
Toerisme speelt (nog) niet zo’n grote rol in India. Het land ontvangt jaarlijks 3 miljoen buitenlandse bezoekers, maar een groter aantal Indiërs gaat op reis naar het buitenland. Dé grote trekpleister van het land is de Taj Mahal in Agra, ten zuidoosten van Delhi.
Veel mensen kiezen niet voor India als vakantiebestemming, omdat ze afgeschrikt worden door de viezigheid in het land, met name in de steden. Ook de politieke meningsverschillen met Pakistan en de aanslagen die soms plaatsvinden, schrikken veel toeristen af.
Frits Mulder, Taal en tekst.
