Geschiedenis 1

De geschiedenis van het land India begint in 1947, bij de onafhankelijkheid, maar de geschiedenis van het gebied is veel ouder.

Voor de onafhankelijkheid heette het hele subcontinent India, inclusief wat nu Pakistan en Bangladesh zijn. Meer dan 4000 jaar geleden bestond er een cultuur langs de rivier de Indus.

Opvallend is, dat die mensen – hoewel overwegend landbouwers – in steden woonden met een regelmatig stratenpatroon. Vaak waren die steden omgeven door een vestingmuur. Er waren ook al kooplieden die de schakel vormden in de handel tussen het Midden-Oosten en China.

Koperen plaat met tekst (gebed) in het Sanskriet

Rond 1500 v. Chr. werd het gebied veroverd door een volk uit Centraal-Azië, dat overigens ook onderling de nodige strijd voerde. Deze veroveraars spraken Sanskriet en legden de basis voor de latere hindoecultuur.

Zo ontstond in die tijd het epos Mahabaratha, dat gaat over de strijd tussen twee families en deze rivaliteit veroordeelt als een menselijke zwakheid. Ook de sterk hiërarchische structuur van de Indiase samenleving (het kastenstelsel, zie Volk en cultuur) stamt uit die tijd.

Uit de onderlinge strijd tussen verschillende koninkrijkjes ontstaat rond 600 v. Chr. het machtige Magadha, in het oostelijke Ganges-gebied. Doordat de machtsconcentratie zich naar het oosten verplaatste, werd het westelijke deel van India een prooi voor buitenlanders.

In 326 v. Chr. veroverde Alexander de Grote een groot deel van India. Enkele jaren later trok hij zich al terug, maar hij liet wel zogeheten satrapen achter, een soort onderkoningen. Toch werden ze al vrij snel verjaagd door de koning van Magadha, een telg van de Marya-dynastie. Hij stichtte een rijk dat zich uitstrekte van Afghanistan tot Bangladesh. Alleen in het zuiden bleven eeuwenlang afzonderlijke (Tamil)staten bestaan, die een eigen ontwikkeling doormaakten.

[Vervolg: Geschiedenis 2]