Geschiedenis 3

[Vervolg van Geschiedenis 2]

Al in 1498 hadden de Portugezen zich als eerste Europeanen in India gevestigd. Twaalf jaar later stichtten ze Goa, dat tot in de 17de eeuw een belangrijke handelspost was. In die eeuw ontdekten ook andere Europeanen India: Hollanders, Fransen, Denen en Engelsen. Die laatsten kregen de meeste invloed. Als gevolg van de strijd in Europa tussen de Britten en de Fransen gingen de twee volken elkaar ook in India te lijf. De Britten wonnen en breidden hun bezittingen gestaag uit.

In 1857 kwamen Bengaalse soldaten (Sepoi) in het Britse koloniale leger in opstand. De aanleiding daarvoor was de invoering van nieuwe patronen. Vóór gebruik moest daarvan de dop worden afgebeten. Om roestvorming tegen te gaan waren ze ingesmeerd met varkens- en rundvet, wat uiteraard op weerstand stuitte bij zowel moslims als hindoes.

De Sepoi-opstand werd hardhandig neergeslagen en de Britten zetten een jaar later de laatste mogolkoning af. In plaats van hem werd een gouverneur-generaal aangesteld en koningin Victoria werd keizerin van India.

Mahatma GandhiVanaf het begin van de 20ste eeuw ontwaakte het nationale bewustzijn van de Indiërs, met als boegbeeld Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend als Mahatma Gandhi.

Hij was in 1915 teruggekeerd naar India, na een rechtenstudie in Engeland en een verblijf in Zuid-Afrika. Hij voerde een campagne van geweldloos verzet tegen de Britten, die daarop reageerden door hem te arresteren. Gandhi werd al snel weer vrijgelaten en vervolgde zijn campagne.

Door de Tweede Wereldoorlog raakte de vrijheidsbeweging in een stroomversnelling. De Britten realiseerden zich dat hun positie onhoudbaar was.

Tegelijkertijd bleek het ideaal van Gandhi – moslims en hindoes broederlijk naast elkaar in één land – niet realistisch. In 1947 werd Brits-Indië verdeeld in twee onafhankelijke staten: hindoeïstisch India en islamitisch Pakistan (toen nog bestaande uit West-Pakistan en Oost-Pakistan, het huidige Bangladesh).

Frits Mulder, Taal en tekst.