Geografie
Indonesië is een uitgestrekte archipel van meer dan 13.000 eilanden, waarvan en zo’n 3000 zijn bewoond. Het land ligt tussen het Aziatische vasteland en Australië aan beide zijden van de evenaar. De afstand tussen het meest westelijke deel van Indonesië en de oostgrens op het eiland Nieuw-Guinea bedraagt maar liefst 5100 kilometer. Om een idee te geven: dat is net zo ver als van de Ierse westkust tot de Kaspische Zee. Het totale landoppervlak bedraagt 1,9 miljoen km² (46x zo groot als Nederland).

Java is het belangrijkste eiland. Dat was al zo in de koloniale tijd. Het eiland beslaat slechts 7% van het totale landoppervlak van Indonesië, maar meer dan de helft van de Indonesiërs woont er. Java, met de drukke hoofdstad Jakarta, is dus een zeer dichtbevolkt eiland. De koloniale Nederlanders noemden alle andere gebieden de "buitengewesten". De grootste zijn Sumatra ten noordwesten van Java, Kalimantan ten noorden van Java, Sulawesi ten noordoosten van Java en het westelijke deel van Nieuw-Guinea, dat helemaal in het oosten van Indonesië ligt.
Indonesië deelt drie eilanden met andere landen: Borneo met Maleisië en Brunei (het Indonesische deel heet Kalimantan), Timor met Oost-Timor, en Nieuw-Guinea met Papoea-Nieuw-Guinea (het Indonesische deel heet Irian Jaya). Tussen het westelijke eiland Sumatra en Maleisië ligt de Straat van Malakka. Het land wordt van Singapore gescheiden door de Straat van Singapore. Ten noorden van Indonesië liggen de Zuidchinese Zee, de Celebes Zee en de Stille Oceaan. De archipel wordt aan de zuid- en westkant begrensd door de Indische Oceaan.
De zeeën rond de eilanden zijn niet erg diep, maximaal zo’n 250 meter. De eilanden waren ooit met elkaar verbonden, maar zijn door aardbevingen en vulkaanuitbarstingen gescheiden. Net als Japan liggen de Indonesische eilanden in een seismisch zeer actief gebied. De Australische aardschol drukt hier tegen de Aziatische schol aan. Dat gaat met een vrij grote snelheid: de Australische beweegt ieder jaar 7 centimeter naar het noorden.
Daarom komen er in het gebied veel aardbevingen en vulkaanuitbarstingen voor. Een zeebeving voor de kust van Sumatra veroorzaakte eind 2004 een enorme vloedgolf (tsunami), waardoor honderdduizenden mensen werden gedood. Niet alleen in Indonesië, maar ook in Thailand, Sri Lanka en India. De golf bereikte zelfs de Afrikaanse oostkust. Zo’n vloedgolf was er ook in 1883, toen op 27 augustus van dat jaar de vulkaan Krakatau – tussen Sumatra en Java – uitbarstte.
Sumatra, Java en de zogeheten Kleine Soenda-eilanden (Nusa Tenggara) bestaan dankzij een langgerekte rug van vulkanen. Ook in Irian Jaya en in het noorden van Sulawesi komt vulkanisme voor. De hoogste top is de vulkaan Puncak Jaya (5030 m) in Irian Jaya. Sumatra’s hoogste bergtop is de Kerinci (3805 m) en op Java is dat de Semeru (3676 m).
Het grootste meer van Indonesië vind je in het noordwesten van Sumatra, het Tobameer. Dit meer heeft een oppervlakte van 1145 km². In het midden ligt het Samosir Eiland.
Na Brazilië heeft Indonesië het grootste areaal aan regenwoud ter wereld. Maar de tropische bossen worden ernstig bedreigd door economische activiteiten. Er vindt op grote schaal illegale houtkap plaats. Daarnaast worden bossen platgebrand om plaats te maken voor landbouw. Officieel is dat verboden, maar het gebeurt nog steeds.
Indonesië heeft een tropisch zeeklimaat, met zes maanden "droge tijd" en zes maanden "regentijd". Die regentijd begint in november en eindigt in april. In de meeste gebieden valt jaarlijks tussen de 2000 en 3000 mm neerslag.
Frits Mulder, Taal en tekst.
